In 1830 konden de boeren tussen Lapscheure, Moerkerke en Damme hun water niet meer kwijt. België was net onafhankelijk, en aan Nederlandse kant in Sluis ging de afwatering dicht. De Blauwe Sluis onder de Zeedijk bij Lapscheure stond er nog, maar haar werk was tijdelijk gedaan. De polders achter de dijk werden waterziek.
Zes wateringen hadden de sluis in 1746 samen laten bouwen, precies om het overtollige water van een brede strook polder dwars door de Zeedijk naar het Lapscheurse Gat te laten lopen. Op de arduinen blokken aan de westkant staat nog altijd de Latijnse trots van die samenwerking: SPQFB DE SES GHEUNIEERDE WAETERINGHEN ANNO 1746, met het wapenschild van het Brugse Vrije. Aan de oostkant herhaalt het steen alleen het jaartal.
Eerst verdween Lapscheure zelf
Het verhaal van de sluis begint eerder, en harder. In 1583, in de openingsfase van de Tachtigjarige Oorlog, staken de watergeuzen de Zwindijken door. Ze wilden Sluis verdedigen door het land ten zuiden van de vesting onder water te zetten. Het Lapscheurse Gat ontstond als zeegeul. De oude kern van Lapscheure verdween van de kaart.
Pas tijdens het Twaalfjarig Bestand, tussen 1611 en 1613, kwamen Zeedijk en Sint-Pietersdijk er weer. Het gebied werd herwonnen, maar de afwatering bleef een zorg. Een oudere Sint-Jobsluis bij het verdwenen Spaanse fort Sint-Job verzandde voortdurend. In 1746 zetten de wateringen ongeveer vijfhonderd meter verderop één grotere bakstenen sluis neer, bekleed met blauwgrijze natuursteen. Vandaar de naam.
Twee rondbogen van zo’n 2,10 meter breed overspannen er sindsdien het Geleed. IJzeren borstwering met spijlen, bekroond met kleine drakenkopjes, houdt wandelaars op de dijk. Wie vandaag langs de Zeedijk rijdt, ziet geen spektakelstuk. Wel een stuk watertechniek dat eeuwenlang bepaalde of akkers droog bleven of niet.
Politiek op de waterstand
Al vóór 1830 bleek hoe kwetsbaar die afvoer was. Tijdens de Keteloorlog van Jozef II in 1784 belemmerde de Republiek der Verenigde Nederlanden opnieuw de waterafvoer via de Blauwe Sluis. Er kwam toen een nieuwe sluis bij het Hazegras in Knokke, maar die heeft amper gewerkt. De Damse en Knokse polders bleven afhankelijk van wat er aan de grens gebeurde.
Bij de Belgische onafhankelijkheid maakte Nederland duidelijk dat afwatering over Nederlands grondgebied niet langer vanzelfsprekend was. De doorloop via Sluis werd afgesloten. Voor boeren en wateringen betekende dat: water dat niet weg kon. Geen dramatische stormvloed, wel een trage, nattige ellende in de lage gronden tot voorbij Damme en Moerkerke.
Pas in de jaren 1840 nam het Leopoldkanaal die taak over. De Blauwe Sluis bleef staan, maar haar rol als hoofdafvoer van de streek was voorbij. In 1988 volgden nog dringende onderhoudsherstellingen. De constructie is vandaag beschermd erfgoed.
Aan de Zeedijk bij Lapscheure kun je de arduinen blokken en het jaartal 1746 nog altijd aflezen. Het Lapscheurse Gat ligt er vlakbij, met riet en oude knotwilgen op de perceelsgrenzen. Wie er stilstaat, ziet geen museumstuk achter glas. Wel de plek waar oorlog, grenzen en wateringen eeuwenlang de voeten van boeren nat of droog hielden.
Meer over de Blauwe Sluis: Inventaris Onroerend Erfgoed.




