De discussie over de nieuwe strandconcessies in Knokke-Heist heeft een grens bereikt die weinig meer met een normaal politiek debat te maken heeft. Nadat zes bestaande uitbaters naast een nieuwe concessie grepen, volgde niet alleen een storm van kritiek op het gemeentebestuur. Ook individuele politici, juryleden en gemeentemedewerkers worden persoonlijk geviseerd.
Volgens het gemeentebestuur gaat het in sommige gevallen om regelrechte dreigberichten. De politie is ondertussen op de hoogte gebracht. Tegelijk wil de gemeente de verliezende stranduitbaters rond de tafel krijgen om hun vragen en bezorgdheden te bespreken.
Dat onderscheid is belangrijk.
Een ondernemer die na jaren of zelfs generaties zijn stranduitbating dreigt kwijt te raken, mag boos zijn. Een inwoner mag zich afvragen of de procedure goed in elkaar zat. Een oppositiepartij mag de jury, de beoordelingscriteria of de politieke verantwoordelijkheid kritisch onderzoeken. Een journalist mag daar scherpe vragen over stellen.
Maar niemand krijgt daardoor het recht om een jurylid, ambtenaar, politicus, ondernemer of journalist bang te maken.
Ook onze krant laat daar geen twijfel over bestaan. Wie redacteurs, medewerkers, fotografen of andere mensen die voor onze berichtgeving werken persoonlijk bedreigt, moet er rekening mee houden dat dergelijke communicatie wordt bewaard. Wanneer de inhoud ernstig, gericht of herhaald is, kan ze worden overgemaakt aan politie en justitie.
Dat is geen poging om kritiek tegen te houden. Het is precies het tegenovergestelde: een vrij debat kan alleen bestaan wanneer mensen hun mening kunnen geven zonder dat anderen voor hun persoonlijke veiligheid moeten vrezen.
Zes uitbaters verliezen hun plaats
De oorzaak van de huidige spanningen ligt bij de nieuwe strandconcessies die eind augustus werden toegewezen.
Vanaf 2027 krijgen de stranduitbatingen in Knokke-Heist nieuwe concessies. Voor zes bestaande uitbaters betekent dat het einde van hun huidige plaats. Onder meer zaken die al vele jaren met het strand verbonden zijn, verdwijnen in hun huidige vorm. Tegelijk komen nieuwe spelers binnen.
Dat de beslissing zwaar aankomt, hoeft niemand te verbazen. Voor de betrokken ondernemers gaat het niet alleen over een constructie op het strand. Het gaat over inkomsten, personeel, investeringen, klanten en in sommige gevallen over een familiegeschiedenis die tientallen jaren teruggaat.
De emoties werden nog groter nadat duidelijk werd dat ook nieuwe kandidaten een concessie kregen, onder wie een project waarbij ondernemer Marc Coucke betrokken is.
De voorbije dagen verschenen daardoor duizenden reacties en discussies op sociale media. Ook politieke partijen stelden vragen bij de procedure en de gevolgen ervan. Gemeentebelangen wees onder meer op het menselijke verhaal achter de dossiers en vroeg zich af hoe vernieuwing kan worden gecombineerd met respect voor bestaande familiale uitbatingen.
Dat debat is legitiem.
Bedreigingen zijn dat niet.
“We vinden je nog wel”
Volgens Het Nieuwsblad kregen lokale politici en juryleden berichten met formuleringen als “we vinden je nog wel” en “je loopt beter niet meer over de Zeedijk”. Ook gemeentemedewerkers zouden persoonlijk worden geviseerd, zelfs wanneer ze zelf geen beslissende rol in het concessiedossier hadden. De politie werd daarover ingelicht.
Net bij zulke uitspraken wordt de juridische grens belangrijk.
Een boze Facebookreactie is niet automatisch een strafbare bedreiging. Ook harde kritiek, sarcasme en scherpe politieke taal vallen niet zomaar onder het strafrecht.
De context bepaalt veel.
Wie bijvoorbeeld schrijft dat hij een beslissing “schandalig”, “onbegrijpelijk” of “politiek onverantwoord” vindt, geeft in beginsel een mening.
Wie daarentegen een persoon laat verstaan dat hij weet waar die woont, hem zal opzoeken of dat hij beter bepaalde plaatsen kan vermijden, komt op heel ander terrein terecht.
Sinds 1 september geldt een nieuw Strafwetboek
Daar komt een bijzonder actuele juridische dimensie bij.
Sinds 1 september 2026, amper één dag voor dit artikel, is in België het nieuwe Strafwetboek van kracht. De invoering was oorspronkelijk gepland voor april, maar werd uitgesteld tot 1 september.
Bedreiging wordt daarin opnieuw afzonderlijk omschreven.
Artikel 231 bepaalt in essentie dat er sprake kan zijn van een strafbare bedreiging wanneer iemand opzettelijk ernstige vrees veroorzaakt voor een aanslag op een persoon of eigendom en die bedreiging de geviseerde persoon bereikt of van dien aard is dat die persoon ervan kennis had kunnen krijgen.
Dat kan via een gesprek gebeuren, maar even goed schriftelijk of digitaal. De wet spreekt bewust over bedreigen “met welk middel ook”.
Een privébericht op Facebook of Instagram krijgt juridisch dus niet plots een andere status omdat het achter een scherm werd geschreven.
Niet iedere dreigende zin is automatisch een veroordeling
Toch moet ook hier voorzichtig worden geformuleerd.
Het is niet aan een gemeentebestuur, krant of Facebookgebruiker om definitief vast te stellen dat iemand een misdrijf heeft gepleegd. Dat oordeel komt uiteindelijk toe aan politie, parket en, wanneer er wordt vervolgd, de rechtbank.
De volledige context moet worden bekeken.
Was er werkelijk een bedreiging? Wat werd precies geschreven? Tegen wie? Was er een concrete aanleiding? Waren er eerdere berichten? Werd een woonplaats genoemd? Ging het om één impulsieve uitbarsting of om een reeks boodschappen? Kon de ontvanger redelijkerwijs ernstige vrees hebben?
Het verschil tussen “jullie zullen hiervoor politiek afgestraft worden” en “ik weet waar je woont en je zult hiervoor betalen” is behoorlijk groot.
Het eerste kan bijzonder scherp zijn, maar blijft in beginsel politieke kritiek. Het tweede kan, afhankelijk van de omstandigheden, aanleiding geven tot een strafrechtelijk onderzoek.
Ook één bericht kan als belaging worden onderzocht
Daarnaast bestaat sinds het nieuwe Strafwetboek een opvallend ruime omschrijving van belaging.
Artikel 237 omschrijft belaging als het opzettelijk ernstig verstoren van de rust van een persoon terwijl men wist of had moeten weten dat het gedrag die rust ernstig zou verstoren.
Opvallend is dat de nieuwe wet uitdrukkelijk vermeldt dat belaging zelfs eenmalig of door één enkele handeling kan worden gepleegd. Een wekenlange stroom van berichten is dus niet noodzakelijk vereist voordat de strafrechtelijke kwalificatie onderzocht kan worden.
Ook hier blijft de ernst doorslaggevend. Iemand één keer tegenspreken, uitschelden of een onaangenaam bericht sturen is daardoor niet automatisch belaging.
Er moet sprake zijn van een ernstige verstoring van de persoonlijke rust en van de vereiste kennis of bedoeling bij degene die het gedrag stelt.
Voor gewone belaging voorziet het nieuwe Strafwetboek een straf van niveau 2. Voor natuurlijke personen kan niveau 2 onder meer een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar, elektronisch toezicht, een werkstraf of een probatiestraf omvatten. De concrete straf hangt uiteraard af van de feiten, omstandigheden en beslissing van de rechter.
Schelden is iets anders dan bedreigen
Ook dat onderscheid dreigt in verhitte discussies verloren te gaan.
Iemand “incompetent” noemen is niet hetzelfde als zeggen dat je hem zult opzoeken.
Beweren dat een gemeentelijke beslissing “waardeloos” is, is iets anders dan een medewerker persoonlijk waarschuwen dat hij niet meer veilig over straat kan.
Het nieuwe Strafwetboek kent daarnaast afzonderlijke bepalingen over laster en belediging. Laster gaat onder meer over het met kwaadwillig opzet publiek toeschrijven van een concreet feit dat iemands eer kan aantasten. Openbare belediging met kwaadwillig opzet is eveneens afzonderlijk geregeld.
Ook daarbij is de context telkens van belang.
Zeker in een politiek debat ligt de ruimte voor stevige kritiek breed. Politici en openbare besturen moeten scherpe controle en kritiek kunnen verdragen. Dat betekent echter niet dat ieder persoonlijk verwijt of iedere beschuldiging automatisch beschermd is.
Privégegevens verspreiden is nog een stap verder
Een bijkomend risico ontstaat wanneer mensen in een online discussie privégegevens beginnen te verspreiden.
Een huisadres, privénummer, gegevens over kinderen of familie, informatie over waar iemand dagelijks komt of foto’s van een woning publiceren met de bedoeling iemand onder druk te zetten, kan bijzonder ingrijpend zijn.
Dat wordt vaak doxxing genoemd.
Juridisch is enige voorzichtigheid nodig. België kent niet simpelweg een afzonderlijk misdrijf dat iedere vorm van doxxing onder één noemer strafbaar maakt. Afhankelijk van de omstandigheden kan het gedrag wel onder andere bepalingen vallen, bijvoorbeeld belaging, bedreiging of regels rond de verwerking van persoonsgegevens. Ook de bedoeling waarmee gegevens worden verspreid speelt daarbij een rol.
Voor een lokaal politiek conflict is de praktische boodschap veel eenvoudiger: publiceer geen privégegevens om iemand bang te maken of onder druk te zetten.
Een anoniem profiel is geen garantie op anonimiteit
Ook achter een schuilnaam dreigberichten versturen, maakt iemand niet automatisch onvindbaar.
Bij een strafrechtelijk onderzoek kunnen digitale gegevens een rol spelen. Denk aan gebruikersnamen, e-mailadressen, telefoonnummers, tijdstippen, links, accountgegevens en andere technische sporen.
Onder de wettelijke voorwaarden kunnen politie en parket bijkomende onderzoeksmaatregelen nemen en gegevens proberen op te vragen.
Dat betekent niet dat iedere anonieme Facebook- of Instagramaccount automatisch kan worden geïdentificeerd. Dat hangt af van de beschikbare gegevens, het platform, de ernst van de feiten en de mogelijkheden van het onderzoek.
Wie denkt dat een vals profiel daarom een absolute bescherming biedt, neemt wel een behoorlijk risico.
Maak eerst screenshots en bewaar de volledige context
Voor slachtoffers van online intimidatie is één praktisch punt bijzonder belangrijk: verwijder niet onmiddellijk alles zonder het eerst te bewaren.
De politie adviseert om zoveel mogelijk informatie en bewijsmateriaal te verzamelen wanneer aangifte wordt gedaan. Screenshots, gebruikersnamen, e-mailadressen, telefoonnummers, data, uren en een chronologisch overzicht kunnen later belangrijk zijn voor het onderzoek.
Een screenshot waarop alleen een dreigende zin staat, maar niet zichtbaar is wie het bericht stuurde of wanneer het werd verstuurd, is minder bruikbaar dan een volledig vastgelegd gesprek.
Bewaar daarom indien mogelijk:
- het volledige bericht;
- de naam en gebruikersnaam van het profiel;
- de link naar het profiel of bericht;
- datum en uur;
- de voorafgaande berichten;
- eventuele latere reacties;
- mails in hun oorspronkelijke vorm;
- voicemails of andere communicatie;
- informatie over getuigen.
Daarna kan het bericht ook bij het betrokken platform worden gemeld.
Bij onmiddellijk gevaar is uiteraard niet de moderatieknop van Facebook de eerste stap, maar de politie.
Gemeente kiest tegelijk voor politie en overleg
Het gemeentebestuur van Knokke-Heist kiest voorlopig voor twee sporen.
Enerzijds werd de politie geïnformeerd over de bedreigingen. Anderzijds worden de verliezende concessionarissen uitgenodigd voor een gesprek in het gemeentehuis.
Die combinatie is belangrijk.
De zes uitbaters die hun concessie verliezen, hebben recht op uitleg over een beslissing die diep ingrijpt in hun professionele toekomst. Zij kunnen de motivering bestuderen, juridische bijstand zoeken en, wanneer daar gronden voor bestaan, gebruikmaken van de beschikbare administratieve of gerechtelijke procedures.
Zo is inmiddels bekend dat de uitbaters van het Albertstrand juridische stappen voorbereiden en naar de Raad van State willen trekken.
Dat is hoe een rechtsstaat hoort te functioneren.
Wie denkt dat een overheid een verkeerde beslissing heeft genomen, hoeft zich daar niet bij neer te leggen. Daar bestaan procedures voor.
Een jurylid thuis opzoeken of een ambtenaar dreigen dat hij beter niet meer alleen over de Zeedijk loopt, behoort daar niet toe.
Juryleden en ambtenaren zijn geen publiek bezit
In de discussie rond de strandconcessies ontstaat bovendien gemakkelijk de indruk dat iedereen die voor de gemeente werkt persoonlijk verantwoordelijk is voor de eindbeslissing.
Dat klopt niet.
Een concessieprocedure bestaat uit verschillende stappen, verantwoordelijkheden en beslissingen. Ambtenaren bereiden dossiers voor, juryleden beoordelen onderdelen binnen hun opdracht en politieke organen nemen beslissingen binnen hun bevoegdheden.
Dat systeem mag en moet gecontroleerd worden.
Er mogen vragen worden gesteld over mogelijke fouten, belangenvermenging, beoordelingscriteria of de samenstelling van een jury. Wanneer daar concrete aanwijzingen voor bestaan, moeten journalisten die ook onderzoeken.
Maar iemand persoonlijk verantwoordelijk verklaren zonder feiten of medewerkers viseren omdat zij toevallig bij de gemeente werken, draagt niets bij aan die controle.
Integendeel.
Het vertroebelt het debat dat juist gevoerd moet worden.
Ook politici moeten harde kritiek verdragen
Aan de andere kant mag het bestaan van bedreigingen geen reden worden om alle kritiek op de concessieprocedure als agressie weg te zetten.
Dat onderscheid is minstens even belangrijk.
Knokke-Heist heeft een ingrijpende beslissing genomen over een stuk openbaar strand en over ondernemingen die daar soms al tientallen jaren aanwezig zijn. Inwoners, oppositiepartijen, ondernemers en media mogen daarom vragen stellen.
Waarom kreeg kandidaat A meer punten dan kandidaat B?
Hoe werden de criteria gewogen?
Waarom werd voor deze jury gekozen?
Hoe belangrijk was het financiële bod?
Welke ruimte liet de regelgeving aan het gemeentebestuur?
Kunnen verliezende kandidaten hun volledige beoordeling inkijken?
En zijn de uiteindelijke vennootschappen en uitbaters ook na de toekenning nog gebonden aan de voorwaarden die in hun dossier werden voorgesteld?
Dat zijn journalistieke en politieke vragen. Geen bedreigingen.
Een bestuur dat om respect vraagt, moet daarom tegelijk bereid zijn om zoveel mogelijk controleerbare informatie te geven binnen de grenzen van privacy, bedrijfsgevoelige informatie en de geldende procedures.
Transparantie en veiligheid hoeven geen tegenpolen te zijn.
Ook onze redactie trekt de grens
Voor Lokaal Nieuws geldt hetzelfde principe.
Wij blijven schrijven over de strandconcessies. Ook wanneer daar moeilijke vragen bij horen. We zullen standpunten van het gemeentebestuur publiceren, maar evengoed kritiek van oppositiepartijen, ondernemers, verliezende concessionarissen en inwoners onderzoeken.
Waar documenten beschikbaar zijn, bekijken we die.
Waar beweringen controleerbaar zijn, controleren we ze.
Waar verschillende partijen elkaar tegenspreken, proberen we duidelijk te maken wat vaststaat en wat een standpunt of interpretatie is.
Dat is journalistiek.
Maar onze redacteurs, fotografen en medewerkers zijn geen onderdeel van het conflict waarover zij verslag uitbrengen.
Wie het oneens is met een artikel kan reageren. Wie vindt dat een feit verkeerd staat, kan een rechtzetting vragen. Wie bijkomende documenten heeft, kan die bezorgen. Wie vindt dat onze analyse niet klopt, mag dat zeggen.
Maar persoonlijke bedreigingen, intimidatie, aanhoudend lastigvallen, oproepen om medewerkers op te zoeken of het verspreiden van privégegevens met de bedoeling druk uit te oefenen, worden niet als gewone kritiek behandeld.
Dergelijke communicatie kan worden opgeslagen en gedocumenteerd.
Bij ernstige of herhaalde feiten kan daarvan melding of aangifte worden gedaan bij de politie.
Sinds deze week extra erkenning in strafwet
Dat krijgt sinds 1 september nog een bijkomende juridische dimensie.
In het nieuwe Strafwetboek worden media en kranten uitdrukkelijk opgenomen in de categorie van personen met een maatschappelijke functie. Ook onder meer parlementsleden, burgemeesters, schepenen, gemeenteraadsleden, politiemensen en verschillende andere publieke beroepen vallen onder die omschrijving.
Dat betekent niet dat iedere onaangename Facebookreactie tegen een journalist plots zwaarder wordt bestraft.
De bijzondere bescherming speelt bij bepaalde misdrijven en omstandigheden. Zo kent het nieuwe wetboek onder meer strengere regels voor bepaalde vormen van geweld tegen mensen met zo’n maatschappelijke functie wanneer het geweld verband houdt met de uitoefening van hun functie.
De Vlaamse Vereniging van Journalisten heeft daarnaast met Persveilig.be een meldpunt voor verbale en fysieke agressie tegen journalisten. De VVJ vraagt journalisten onder meer om incidenten te registreren en zoveel mogelijk bewijsmateriaal te bewaren.
Dat is geen bescherming tegen kritiek.
Een journalist moet kritiek kunnen verdragen.
Het gaat om bescherming tegen intimidatie die uiteindelijk kan verhinderen dat verslaggevers nog vrij hun werk doen.
Geen collectieve schuld
Daarbij is nog één nuance essentieel.
De bedreigingen mogen niet automatisch aan alle verliezende stranduitbaters, hun klanten of hun sympathisanten worden toegeschreven.
Dat zou even onzorgvuldig zijn.
Dat er dreigende berichten zijn verstuurd, betekent niet dat iedere ondernemer die juridische stappen zet verantwoordelijk is voor wat anderen online schrijven. Evenmin kan iedere scherpe tegenstander van de concessiebeslissing over dezelfde kam worden geschoren.
Verantwoordelijkheid is persoonlijk.
Wie een bedreiging verstuurt, is daarvoor verantwoordelijk.
Wie vreedzaam protesteert, vragen stelt, een procedure voert of een gemeentebestuur stevig bekritiseert, oefent een democratisch recht uit.
Die twee zaken moeten uit elkaar gehouden worden.
Het echte debat mag daardoor niet verdwijnen
Knokke-Heist staat ondertussen nog altijd voor dezelfde inhoudelijke vragen als vóór de eerste bedreiging werd verstuurd.
Was de concessieprocedure voldoende transparant?
Zijn alle kandidaten op dezelfde manier beoordeeld?
Was de gekozen puntenverdeling de beste?
Had ervaring zwaarder moeten doorwegen?
Had een mondelinge verdediging iets kunnen veranderen?
Hoe wordt gecontroleerd of de vennootschappen die uiteindelijk de concessies exploiteren blijven voldoen aan de voorwaarden waaronder ze werden geselecteerd?
En wat betekent de wissel van zes stranduitbaters uiteindelijk voor het karakter van het strand?
Over die vragen moet het debat blijven gaan.
Bedreigingen helpen niemand vooruit. Ze brengen niet alleen de geviseerde mensen in een moeilijke situatie, maar dreigen uiteindelijk ook de legitieme kritiek van ondernemers en inwoners naar de achtergrond te duwen.
Dat zou bijzonder jammer zijn.
Wie denkt dat de concessieprocedure juridisch of bestuurlijk fout zit, heeft er alle belang bij dat debat met documenten, argumenten en procedures te voeren.
Want uiteindelijk is dat veel krachtiger dan een anoniem dreigbericht.
Kritiek mag hard zijn. Controle mag lastig zijn. Een overheid moet moeilijke vragen verdragen. Maar zodra iemand bang moet worden gemaakt om zijn werk, stem of berichtgeving, houdt het debat op en begint iets anders.





Ooit zei me een advocaat/buurvrouw ” pas op want ik kan iemand kraken ”
Als aandeelhoudster permitteerde ze zich dat , en deinsde ze niet terug om dit via haar kanalen dan ook te doen.
Best de mensen niet in vakjes proberen duwen .
Transparantie brengt vertrouwen mee ! Iedereen heeft plichten maar ook rechten !!!!