De Belgische commerciële zeevisserij zette Zeebrugge in 2025 opnieuw op kop: 6.527 ton vis ging er over de veiling, goed voor 39,96 miljoen euro. Oostende volgt met 5.458 ton. Nieuwpoort blijft met 247 ton klein, maar leeft van garnaal en het toerisme aan de kade. Voor rederijen, veilingwerkers en kustvissers is dat het verschil tussen een volle of stille werkweek.
Zeebrugge houdt de grootste kade, Oostende groeit harder
In de Belgische havens kwam vorig jaar 12.232 ton vis aan, 2,8 procent meer dan in 2024. Zeebrugge blijft de grootste: 6.527 ton, of 53,3 procent van die binnenlandse aanvoer. De waarde daar: 39,96 miljoen euro, 53,6 procent van wat de Belgische veilingen samen opbrachten.
Oostende is de groeier. De aanvoer steeg er met 4,9 procent tot 5.458 ton, goed voor 33,10 miljoen euro. Nieuwpoort ging van 177 naar 247 ton, een sprong van 39,5 procent, en 1,49 miljoen euro. Dat volume weegt nauwelijks op de bevoorrading, maar telt wel voor het kusttoerisme in Nieuwpoort.
Over alle havens samen — binnen- en buitenland — voerde de vloot 15.168 ton aan. Dat is 0,9 procent meer dan het dieptepunt van 2024. De totale waarde kwam uit op 88,4 miljoen euro, 5,4 procent meer. De gemiddelde prijs steeg tot 5,83 euro per kilo. In Belgische havens lag die prijs hoger: 6,10 euro, in Zeebrugge 6,12 euro.
Tong blijft de ruggengraat, Nieuwpoort leeft van garnaal
Voor de Belgische commerciële zeevisserij blijft tong de economische ruggengraat. De soort is maar 13,2 procent van het volume, maar 40,4 procent van de waarde. In Belgische havens is dat zelfs 46,8 procent van de lokale besomming. In Zeebrugge is 49,4 procent van de veilingwaarde tong, in Oostende 44,6 procent.
Zeebrugge voerde 1.085.670 kilo tong aan, Oostende 884.942 kilo, Nieuwpoort 23.260 kilo. Inktvis is intussen de nummer één in volume: 23,4 procent van de totale aanvoer. Het tongquotum steeg in 2025 tot 2.056 ton, 17,3 procent meer dan een jaar eerder.
Nieuwpoort heeft een ander profiel. Bijna 40 procent van het volume en 48,7 procent van de lokale waarde komt er van schelp- en weekdieren. Dat is typische kust- en garnaalvisserij. Garnaal steeg tot 529 ton, aan 7,54 euro per kilo, met een piek in het najaar. Kustvissers verkopen onder meer rechtstreeks aan de vistrap in Oostende.
Zestig schepen, bijna twee derde thuis in Zeebrugge
Op 31 december 2025 telde de commerciële vloot 60 vaartuigen, evenveel als een jaar eerder. 39 hebben Zeebrugge als thuishaven, 14 Oostende, 6 Nieuwpoort en 1 Blankenberge. De Zeebrugse schepen zijn het zwaarst: gemiddeld 904 kW. In Oostende is dat 529 kW, in Nieuwpoort en Blankenberge 221 kW.
Het grote segment — 33 schepen — neemt 86,5 procent van het vermogen voor zijn rekening. De vloot blijft onder de Europese referentiecapaciteit. Gasolie werd wel goedkoper: 0,6601 euro per liter, tegen 0,7285 euro een jaar eerder. Eerder schreven we hoe hoge brandstofprijzen de Belgische vissersvloot onder druk zetten.
Wie de haven- en vlootcijfers tot in detail wil zien, vindt ze in het jaarrapport over 2025. Voor Zeebrugge, Oostende en Nieuwpoort blijft dezelfde vraag: hoeveel vis komt er morgen nog over de kade, en tegen welke prijs.



