Zeven verenigingen willen dat de Raad van State de gedeeltelijke opheffing van de erfgoedbescherming rond Fort Napoleon in Oostende vernietigt. Volgens de tegenstanders maakt de beslissing ontwikkeling op de Oosteroever makkelijker, onder meer op gronden waar plannen voor twee woontorens bestaan. Het beroep gaat voorlopig over de erfgoedgrens, niet over een concrete bouwvergunning.
De juridische strijd rond Fort Napoleon in Oostende krijgt daarmee een nieuw hoofdstuk. De verenigingen richten zich tegen de definitieve beslissing om een deel van het cultuurhistorische landschap rond het fort niet langer beschermd te houden.
Voor inwoners en bezoekers is vooral belangrijk wat die procedure wel en niet betekent. Een vernietiging door de Raad van State kan de gedeeltelijke opheffing onderuit halen. Maar ook wanneer het besluit overeind blijft, betekent dat niet dat woontorens automatisch gebouwd mogen worden.
Bescherming dateert al van 1976
Fort Napoleon en de omgeving werden in 1976 beschermd als cultuurhistorisch landschap. Het oorspronkelijke beschermde gebied was 30,15 hectare groot. Het fort zelf is daarnaast afzonderlijk beschermd als monument.
Sinds die bescherming veranderde de Oosteroever sterk. Er kwamen onder meer wegen, parkings, bedrijven en infrastructuur rond het Vuurtorendok.
Volgens de Vlaamse overheid zijn daardoor op verschillende percelen erfgoedwaarden verdwenen of onherstelbaar aangetast. Dat vormde mee de basis voor het besluit om een deel van de bescherming op te heffen.
De stad Oostende vroeg in 2025 om de beschermingsgrens opnieuw te bekijken.
Twee woontorens spelen mee in discussie
De discussie kreeg extra gewicht door plannen voor ontwikkeling in de zone tussen de Fortstraat, Victorialaan en Vuurtorenweg. Daar wil ontwikkelaar Versluys twee woontorens realiseren.
De erfgoedbescherming stond die ontwikkeling in de weg.
Na een voorlopige gedeeltelijke opheffing volgde van 19 december 2025 tot en met 18 januari 2026 een openbaar onderzoek. Het voorstel was om 17,77 hectare uit de bescherming te halen. Rond Fort Napoleon, Batterij Hundius en vuurtoren Lange Nelle zou nog 12,38 hectare beschermd blijven.
De Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed gaf eerder een ongunstig advies. Ze vond de aanpak te veel gericht op afzonderlijke percelen en wees erop dat ook open ruimte belangrijk kan blijven voor de zichtlijnen, de context en de beleving van het fort.
Minister Ben Weyts besliste uiteindelijk toch om de bescherming gedeeltelijk op te heffen.
Raad van State beoordeelt wettigheid van besluit
Met hun beroep vragen de zeven verenigingen nu niet rechtstreeks om een verbod op woontorens. De Raad van State moet bekijken of het besluit waarmee de bescherming gedeeltelijk werd opgeheven juridisch standhoudt.
Daarbij kan onder meer aan bod komen of voldoende werd gemotiveerd waarom erfgoedwaarden verdwenen zijn, hoe het algemeen belang werd afgewogen en in welke mate rekening werd gehouden met het ongunstige advies van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed.
Ook de waarde van de open ruimte rond Fort Napoleon kan daarin een rol spelen.
Een ander gevoelig punt is de vraag hoe eerdere ingrepen in het gebied worden beoordeeld. De commissie waarschuwde ervoor dat wederrechtelijke aantastingen niet uiteindelijk beloond mogen worden met het verdwijnen van een bescherming.
Geen automatische bouwvergunning
Zelfs als het beroep wordt verworpen, ligt er daarmee nog geen bouwvergunning voor twee torens op tafel.
Voor concrete bouwplannen kunnen nog andere procedures volgen. De overheid verwijst onder meer naar een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de Oosteroever, waarin bouwmogelijkheden en voorwaarden verder kunnen worden vastgelegd.
Ook een latere omgevingsvergunning voor een concreet project vormt een afzonderlijke beslissing waartegen belanghebbenden opnieuw juridische stappen kunnen zetten.
De bescherming van Fort Napoleon zelf als monument blijft behouden. Ook een cultuurhistorische zone rond Fort Napoleon, Batterij Hundius en Lange Nelle blijft volgens het besluit beschermd.
Voor Oostende draait de huidige procedure dus eerst en vooral om de vraag waar de erfgoedbescherming rond een van de bekendste plekken op de Oosteroever precies moet eindigen. De mogelijke woontorens vormen een belangrijke achtergrond van het conflict, maar hun bouw wordt met deze procedure nog niet beslist.




