Bijna 32.000 gezinnen staan in West-Vlaanderen op de wachtlijst voor een sociale huurwoning. Dat aantal ligt zelfs iets hoger dan het aantal sociale huurwoningen dat woonmaatschappijen zelf in eigendom hebben. Tegelijk loopt de wachttijd op.
Wie in West-Vlaanderen op een sociale woning wacht, is lang niet alleen. In 2025 stonden 31.874 kandidaat-huurders geregistreerd. Daartegenover stonden 31.605 sociale huurwoningen in eigendom van een woonmaatschappij. Het verschil is klein, maar de cijfers maken vooral duidelijk hoe groot de vraag naar betaalbaar wonen is geworden.
Het aantal kandidaat-huurders lag in 2020 nog op 27.089. In vijf jaar tijd kwamen er dus bijna 4.800 kandidaat-huurders bij.
Wachten duurt steeds langer
Niet alleen het aantal gezinnen op de wachtlijst valt op. Ook de gemiddelde wachttijd is de voorbije jaren sterk opgelopen.
In 2013 lag die wachttijd in West-Vlaanderen nog onder 1.000 dagen. Tegen 2023 was dat opgelopen tot ruim 1.200 dagen. Dat betekent dat gezinnen gemiddeld meerdere jaren moeten wachten vooraleer er een sociale woning beschikbaar komt.
Voor mensen die vandaag moeilijk een betaalbare woning vinden op de private huurmarkt, maakt dat een groot verschil. Een inschrijving voor een sociale woning biedt niet automatisch snel uitzicht op een verhuis.
Opvallend is ook de leeftijd van de kandidaat-huurders. In 2025 was 24,2 procent tussen 30 en 39 jaar. Nog eens 20,3 procent was jonger dan 30. Ook 60-plussers maken met 18,9 procent een aanzienlijke groep uit.
Meer sociale woningen gebouwd dan oorspronkelijk opgelegd
Het beeld is niet alleen negatief. West-Vlaanderen kreeg via het Bindend Sociaal Objectief de opdracht om tussen 2009 en 2025 6.844 bijkomende sociale huurwoningen te realiseren.
Volgens de cijfers zijn er ondertussen netto 9.442 woningen gerealiseerd. Daarnaast staan nog 3.765 sociale huurwoningen gepland. Als al die projecten worden uitgevoerd, komt het totaal gerealiseerde en geplande aanbod op 13.207 bijkomende woningen.
West-Vlaanderen zit daarmee ruim boven het oorspronkelijke sociale woonobjectief.
Toch verdwijnt daarmee de druk op de wachtlijsten niet. De cijfers tonen dat bijkomende woningen nodig blijven zolang de vraag ongeveer even groot is als de volledige bestaande voorraad van de woonmaatschappijen.
Meer dan 37.000 sociale huurwoningen
Volgens de officiële telling waren er begin 2025 in West-Vlaanderen 37.236 sociale huurwoningen. Daarvan was 89,5 procent eigendom van een woonmaatschappij en werd 10,5 procent door een woonmaatschappij ingehuurd.
In 2023 woonde 6,4 procent van de West-Vlaamse private huishoudens in een sociale woning. Dat lag iets hoger dan het Vlaamse cijfer van 5,7 procent.
Tegelijk staan er woningen leeg. De cijfers tonen dat het aantal leegstaande sociale huurwoningen in eigendom van woonmaatschappijen de voorbije jaren is gestegen. Daar zitten zowel tijdelijke leegstand als woningen in die langer leegstaan door geplande renovatie- of bouwprojecten.
Betaalbaar wonen blijft moeilijke opdracht
De druk op sociale huisvesting staat niet los van de rest van de woningmarkt. In West-Vlaanderen huurt ongeveer 30,6 procent van de huishoudens met een gekende bewoningstitel. Bij jonge volwassenen ligt dat aandeel veel hoger. Van de gezinshoofden tussen 25 en 34 jaar huurt 42,5 procent een woning.
Ook de verhouding tussen woningprijzen en inkomens is de voorbije jaren ongunstiger geworden. Tegelijk stijgt het aantal huishoudens met een meter met voorafbetalingsfunctie voor elektriciteit en gas.
Het woonvraagstuk in West-Vlaanderen draait daardoor niet alleen om hoeveel woningen er zijn. De echte vraag is hoeveel mensen een woning kunnen vinden die ze ook kunnen betalen. De bijna 32.000 kandidaat-huurders maken duidelijk dat die uitdaging nog lang niet verdwenen is.




