West-Vlaanderen behoort op verschillende armoede-indicatoren tot de beter scorende provincies, maar achter dat algemene cijfer zit een opvallend verschil. Vooral de kansarmoede bij jonge kinderen valt langs de kust op. Op de kaart met gemeentelijke cijfers kleuren de kustgemeenten bijna allemaal in de categorieën “hoger” tot “veel hoger”.
Dat contrasteert sterk met het algemene administratieve armoederisico in West-Vlaanderen. Dat ligt op 6,8 procent, tegenover 7,7 procent in Vlaanderen. Ook het aantal mensen met een leefloon ligt met 6,2 per 1.000 inwoners lager dan het Vlaamse gemiddelde.
Jonge kinderen aan de kust vallen uit de toon
Wie alleen naar de provinciale gemiddelden kijkt, ziet dus een relatief gunstig beeld. Zodra wordt ingezoomd op gezinnen met jonge kinderen, verandert dat.
De kansarmoede-index van Kind en Gezin kijkt niet alleen naar het inkomen van een gezin. Ook de arbeidssituatie en opleiding van de ouders, de huisvesting, de ontwikkeling van het kind en de gezondheid spelen mee.
Net op die bredere index springen de kustgemeenten eruit. Terwijl heel wat andere gemeenten in West-Vlaanderen gemiddeld of lager scoren, vallen grote delen van de kuststrook in de categorieën “hoger” en “veel hoger”.
Daarmee wordt duidelijk dat een provinciaal gemiddelde niet automatisch vertelt hoe gezinnen in elke gemeente leven. Aan de kust is kansarmoede bij jonge kinderen duidelijk sterker aanwezig dan het algemene armoedecijfer van West-Vlaanderen doet vermoeden.
Wonen weegt zwaar op het gezinsbudget
Ook wonen neemt voor een deel van de West-Vlamingen een grote hap uit het inkomen. Ongeveer 15 procent van de inwoners heeft een woonquote van meer dan 30 procent. Dat betekent dat meer dan drie tiende van het inkomen naar wonen gaat.
Tegelijk wachten in West-Vlaanderen 31.874 unieke gezinnen op een sociale woning. Omgerekend zijn dat 5,7 kandidaat-huurders per 100 huishoudens.
Die cijfers tonen hoe groot de vraag naar betaalbaar wonen is. Zeker voor gezinnen die ook op andere vlakken kwetsbaar zijn, kan een hoge woonkost het beschikbare budget voor andere uitgaven verder beperken.
Ook bij 65-plussers blijft financiële kwetsbaarheid zichtbaar
Niet alleen jonge gezinnen komen in de cijfers naar voren. Van de West-Vlaamse 65-plussers heeft 30,6 procent recht op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering.
Dat aandeel ligt hoger dan het Vlaamse gemiddelde. De verhoogde tegemoetkoming is bedoeld voor mensen die aan bepaalde inkomensvoorwaarden voldoen en geeft onder meer recht op een hogere terugbetaling van medische kosten.
Hoewel het aandeel bij ouderen geleidelijk afneemt, blijft het in West-Vlaanderen een belangrijke aanwijzing dat een aanzienlijke groep senioren met een beperkt inkomen leeft.
Meer dan 18.000 inwoners met achterstallig krediet
Ook schulden blijven zichtbaar in de provincie. 18.545 West-Vlamingen hebben minstens één achterstallig krediet.
Daarnaast zitten 5 op de 1.000 inwoners in een collectieve schuldenregeling. Dat is een gerechtelijke procedure voor mensen die hun schulden structureel niet meer kunnen afbetalen.
Die cijfers staan tegenover een welvaartsindex van 105 voor West-Vlaanderen. Gemiddeld ligt de fiscale welvaart daarmee boven het Belgische gemiddelde, dat op 100 staat.
Het verschil tussen die cijfers maakt vooral één zaak duidelijk: een goede gemiddelde score betekent niet dat financiële kwetsbaarheid overal beperkt blijft. Langs de kust valt vooral de situatie van gezinnen met jonge kinderen op. De kansarmoede bij jonge kinderen maakt er zichtbaar dat achter het algemene provinciale gemiddelde grote lokale verschillen schuilgaan.





Een verschuiving van drukke periodes aan de kust doorheen het jaar is niet slecht voor de ondernemers , maar moet het daarom al zo duur zijn? De kinderen zijn hiervan vaak het slachtoffer !