Gemeenteraadslid Eva Vanhoorne wil weten hoeveel belang Brugge bij nieuwe straatbomen hecht aan schaduw, verkoeling en biodiversiteit.
De geplande aanplant van negen zuilvormige sierkersen in de Julius en Maurits Sabbestraat leidt tot vragen over de keuze van straatbomen in Brugge. Groen Brugge vraagt welke criteria de Stad gebruikt en hoeveel gewicht klimaatbestendigheid daarbij krijgt.
De discussie ontstond nadat een bewoner contact opnam over de geplande heraanleg van de straat. Stad Brugge voorziet er negen nieuwe bomen van het type Prunus. Op de projectpagina worden die omschreven als lentebloeiers met een zuilvormige groei.
De nieuwe plantvakken moeten volgens de Stad onder meer helpen om hittestress te verminderen. Groen Brugge vraagt zich af hoeveel schaduw en verkoeling de gekozen bomen op volwassen leeftijd werkelijk zullen bieden.
Meer groen, maar welke bomen?
Gemeenteraadslid Eva Vanhoorne benadrukt dat de komst van extra groen positief is. Ze vindt wel dat het stadsbestuur verder moet kijken dan het aantal bomen en hun uitzicht.
“Het is uiteraard goed dat er bij een heraanleg meer groen en bomen bijkomen”, zegt Vanhoorne. “Maar in een stad die steeds vaker met extreme hitte te maken krijgt, moeten we ook kijken naar welke bomen we planten.”
Volgens haar moet bij de keuze van straatbomen rekening worden gehouden met het kroonvolume, de hoeveelheid schaduw, het verkoelende vermogen en de weerstand tegen hitte en droogte. Ook de waarde voor de biodiversiteit hoort volgens haar in die afweging thuis.
Voor bewoners van de Julius en Maurits Sabbestraat draait de vraag daardoor niet alleen om hoe de vernieuwde straat er na de werken zal uitzien. Ook de hoeveelheid schaduw die de bomen later geven en hun bijdrage aan een koelere straat spelen mee.
Niet alleen het aantal bomen telt
Groen Brugge verwijst naar de 3-30-300-regel voor stedelijk groen. Die gaat uit van drie zichtbare bomen vanuit iedere woning, 30 procent boomkroonbedekking in elke buurt en publiek toegankelijk groen op maximaal 300 meter afstand.
Voor Vanhoorne is vooral die boomkroonbedekking belangrijk. Negen smalle bomen kunnen volgens haar een ander effect hebben dan bomen die op volwassen leeftijd een grotere kroon en meer bladerdek ontwikkelen.
“Je kunt zeggen dat je ergens negen bomen hebt geplant, maar voor de klimaatbestendigheid van een straat maakt het natuurlijk een groot verschil hoeveel bladerdek en schaduw die bomen op volwassen leeftijd daadwerkelijk opleveren.”
Ook Brugge hanteert in zijn bomenbeleid het principe van “de juiste boom op de juiste plaats”. De vraag van Groen is hoe de Stad het begrip “juist” vandaag invult.
Schriftelijke vragen aan stadsbestuur
Vanhoorne heeft haar vragen schriftelijk aan het Brugse stadsbestuur voorgelegd. Ze wil weten welke algemene criteria worden gebruikt bij de keuze van nieuwe straatbomen.
Daarbij vraagt ze hoe kroonvolume, schaduwwerking, weerstand tegen hitte en droogte, biodiversiteit, beschikbare groeiruimte, onderhoud en uitzicht tegenover elkaar worden afgewogen.
Groen wil ook vernemen of Brugge de bestaande boomkroonbedekking per wijk in kaart brengt en of de 3-30-300-regel wordt meegenomen in het stedelijke groenbeleid.
Voor de Julius en Maurits Sabbestraat vraagt Vanhoorne bijkomende informatie. Ze wil de precieze soort en cultivar van de geplande Prunus kennen, evenals de verwachte grootte van de kroon wanneer de bomen volwassen zijn. Daarnaast vraagt ze welke alternatieve boomsoorten werden onderzocht.
“De juiste boom op de juiste plaats, absoluut. Maar de vraag is ook wat we vandaag onder ‘juist’ verstaan”, besluit Vanhoorne. Het antwoord van het stadsbestuur moet duidelijk maken hoe klimaatadaptatie meespeelde bij de boomkeuze voor deze Brugse straat.




