Hoge brandstofprijzen brengen Belgische vissersvloot in zwaar weer

Lezers reageren

- Dank aan onze partner -
- Dank aan onze partner -

Vissers en rederijen in Zeebrugge, Brugge, Knokke-Heist, Oostende, Nieuwpoort en Blankenberge krijgen het steeds moeilijker om rendabel uit te varen. De brandstofkosten zijn fors gestegen, terwijl kleinere quota en nieuwe Europese regels hun mogelijkheden verder beperken.

Op biologisch vlak tonen enkele visbestanden in de Noordzee en de Keltische Zee een gunstige ontwikkeling. Toch levert die vooruitgang de mensen achter de Belgische vloot voorlopig weinig extra zekerheid op.

Visserijdruk daalt, maar bestanden herstellen traag

De Europese visserij beweegt volgens het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij steeds meer richting een maximaal duurzame opbrengst.

In de Keltische Zee lag de gemiddelde visserijdruk in 2003 nog 48 procent boven het nagestreefde niveau. Tegen 2023 was die druk gedaald tot 40 procent onder de streefwaarde.

Ook in de Noordzee ging de visserijdruk sterk naar beneden. In 2003 lag die nog 73 procent boven de doelstelling. Twintig jaar later zat de druk 5 procent onder het nagestreefde niveau.

Toch groeit de hoeveelheid volwassen vis bij verschillende bestanden niet even snel mee. Bovendien zijn enkele sleutelbestanden voor de Belgische vloot onder de veilige biologische grenzen gezakt. Vissers herkennen die vaststellingen niet altijd in wat ze zelf op zee waarnemen.

Vooral de tongvisserij in de Keltische Zee en het Engels Kanaal krijgt daardoor harde klappen. Die visserij vormt een economische ruggengraat voor heel wat Belgische rederijen. Lagere quota en technische maatregelen beperken echter hoeveel vis zij mogen vangen.

De Europese Commissie pleit daarom voor meerjarige hersteltrajecten. Die moeten grote schommelingen in de jaarlijkse quota helpen voorkomen.

Brandstofkosten vreten opbrengsten weg

Naast de kleinere vangstmogelijkheden baart vooral de brandstoffactuur de sector zorgen. Dankzij gunstigere brandstofprijzen en een relatief stabiele markt sloot de vloot 2025 nog positief af.

Sinds maart 2026 is die situatie volledig omgeslagen. Door het conflict in het Midden-Oosten stegen de brandstofprijzen tot bijna het dubbele van het gemiddelde van vorig jaar.

Voor vaartuigen die lange reizen maken of verder gelegen visgronden opzoeken, loopt de rekening daardoor snel op. Tegelijk mogen de bemanningen door de beperkte quota minder vis aan land brengen. Een reis moet dus meer opbrengen, terwijl de vissers minder ruimte krijgen om voldoende vangst binnen te halen.

Op Europees niveau kost iedere prijsstijging van 10 cent per liter de vloot jaarlijks 156 miljoen euro aan brutowinst. Ook voor vissers en rederijen aan de Belgische kust zet die combinatie van hogere kosten en lagere vangsten de rentabiliteit onder zware druk.

Europa voert controle aan boord op

De Europese aanlandingsplicht blijft ondertussen voor veel onrust zorgen. Een onafhankelijke studie uit juni 2025 concludeerde dat deze verplichting de teruggooi van vis niet geleidelijk heeft weggewerkt. Teruggooi blijft volgens die evaluatie in alle Europese zeeën voorkomen.

Europa zoekt de verklaring vooral bij een gebrekkige uitvoering, controle en handhaving. Daarom kiest de Europese Commissie voor strengere controles aan boord.

Vanaf 10 januari 2028 moeten vaartuigen langer dan 18 meter camera’s gebruiken als ze een hoog risico op niet-naleving vormen. Die elektronische systemen registreren wat er met de vangst gebeurt.

Daarnaast werkt de sector aan digitale traceerbaarheid. Bemanningen koppelen via handscanners de gegevens van de weegschaal aan viskisten met een RFID-tag. Tijdens recente proefreizen, onder meer met de Z.483, konden de bemanningsleden vlot met de scanners werken.

Softwareontwikkelaars zoeken nog naar een vaste oplossing om het lekgewicht automatisch af te trekken. Het systeem is intussen klaar voor een ruimere invoering bij de grote vaartuigen. Een subsidieregeling dekt 85 procent van de installatiekosten.

BlackBox verplicht voor bepaalde kustvissers

Ook de kust- en garnaalvissers die in Nederlandse Natura 2000-zones actief zijn, krijgen met nieuwe eisen te maken. Zij moeten tegen 1 september 2026 een gecertificeerd BlackBox-systeem gebruiken.

De sector koos voor een systeem dat via internet werkt. Daarbij vormt de verplichte BlackBox een uitbreiding op het nieuwe vaartuigvolgsysteem.

Zo kunnen vaartuigen vaker hun positie doorgeven en rekening houden met de grenzen van beschermde gebieden. Bovendien kan het systeem gecombineerde visreizen en de vangst per sleep registreren.

Diepere visgronden als mogelijk alternatief

Om minder afhankelijk te worden van traditionele doelsoorten, onderzoekt de sector diepere visgronden in de Keltische Zee. Het project richt zich op de ICES-gebieden 7h, 7j en 7k, met heek en zeeduivel als doelsoorten.

Tijdens vijf proefreizen bekijken de deelnemers niet alleen de samenstelling van de vangst. Ze meten eveneens het brandstofverbruik en onderzoeken of de reizen voldoende kunnen opbrengen.

Na de eerste reizen delen de onderzoekers hun bevindingen met de volledige vloot. Daardoor kunnen andere rederijen beter inschatten of deze visgronden een werkbaar alternatief bieden.

In september 2026 stelt de Europese Commissie haar Visie 2040 voor visserij en aquacultuur voor. Voor de Belgische vloot wordt dat een belangrijk moment. De langetermijnplannen moeten ecologische en economische doelen met elkaar verzoenen.

Zonder voldoende inkomen, werkbare regels, nieuwe vaartuigen en instroom van jonge vissers dreigt de sector verder te krimpen. Gezonde visbestanden blijven noodzakelijk. Maar voor vissers en rederijen van Zeebrugge tot Nieuwpoort telt ook de vraag wie straks nog kan uitvaren en het familiebedrijf kan voortzetten.

- Advertisement -

Ook dit nog...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

- Dank aan onze partner -
- Dank aan onze partner -

Net binnen