Een kleine snede onder de oksel vervangt bij steeds meer patiënten de klassieke opening van het borstbeen. Daardoor kunnen zij het ziekenhuis vroeger verlaten en thuis sneller herstellen.
Het AZ Sint-Jan Brugge heeft zijn honderdste hartoperatie via een kleine snede in de oksel uitgevoerd. Het Brugse ziekenhuis gebruikt de techniek intussen als standaardaanpak voor verschillende hartklepoperaties, wanneer de toestand van de patiënt dat toelaat.
Bij een klassieke hartoperatie wordt het borstbeen geopend. Na de ingreep moet dat bot opnieuw aan elkaar groeien. Dat herstel neemt doorgaans ongeveer zes weken in beslag.
Bij de transaxillaire methode blijft het borstbeen intact. De hartchirurgen bereiken het hart via een opening tussen de ribben, net onder de oksel. In de lies wordt daarnaast een snede van ongeveer 2,5 centimeter gemaakt om de hart-longmachine aan te sluiten.
Sneller naar huis en kortere revalidatie
Doordat er geen bot wordt doorgezaagd, kunnen patiënten sneller herstellen. Volgens de hartchirurgen daalt de gemiddelde herstelperiode van ongeveer zes naar vier weken.
Ook het verblijf op de dienst Intensieve Zorgen blijft korter. Patiënten kunnen vroeger beginnen te bewegen en zetten hun herstel sneller thuis voort.
De aanpak met een kleine snede in de oksel kan worden gebruikt bij het herstellen van de aorta-, mitralis- of tricuspidalisklep. Ook het verwijderen van een goedaardige tumor in het hart en het sluiten van een opening tussen de hartboezems kunnen op deze manier gebeuren.
Niet iedere patiënt komt automatisch in aanmerking. De artsen onderzoeken vooraf of de operatie via de oksel veilig en technisch mogelijk is. Wanneer dat het geval is, kiezen ze voor de minder belastende ingreep.
Chirurgen kijken rechtstreeks naar het hart
Het AZ Sint-Jan gebruikte eerder vooral de zogenaamde port-accesstechniek. Daarbij opereerden de chirurgen met een camera en volgden zij de ingreep op een beeldscherm.
Bij de nieuwe methode kijken de artsen rechtstreeks in het operatiegebied. Dat maakt de ingreep voor het chirurgische team technisch eenvoudiger. De Brugse artsen leerden de methode in gespecialiseerde centra in Duitsland en Italië.
Het aantal operaties via de oksel nam het voorbije jaar sterk toe. Met meer dan honderd uitgevoerde ingrepen is het AZ Sint-Jan Brugge volgens het ziekenhuis het eerste Belgische ziekenhuis dat deze mijlpaal bereikt.
Patiënten worden sneller wakker
Niet alleen de operatie zelf veranderde. Ook de eerste uren na de ingreep verlopen anders dan vroeger.
Patiënten krijgen via een ruggenprik eenmalig medicatie toegediend. Daardoor hebben zij tijdens de eerste 24 uur minder bijkomende pijnmedicatie nodig. Op Intensieve Zorgen proberen de artsen hen bovendien binnen het uur na de operatie wakker te maken.
Zo kunnen patiënten sneller opnieuw zelfstandig ademen. Dat moet ook de kans op problemen met de longen verkleinen. De werkwijze past binnen het ERAS-protocol, dat gericht is op sneller wakker worden, vroeger bewegen en vlotter herstellen.
Volledig team achter honderdste ingreep
De nieuwe aanpak is het resultaat van samenwerking tussen verschillende diensten. Hartchirurgen werken tijdens en na de operatie nauw samen met anesthesisten, intensivisten, perfusionisten en verpleegkundigen.
Voor hartpatiënten uit de ruime regio betekent de honderdste operatie vooral dat een zware ingreep in bepaalde gevallen minder belastend kan verlopen. De borstkas blijft gesloten, het ziekenhuisverblijf wordt korter en de terugkeer naar het dagelijkse leven kan sneller beginnen.




