Stichting Uit met Autisme kreeg deze zomer veel meldingen over Plopsa De Panne en zet tegelijk twee parken naar voren die volgens eigen informatie en reviews voor sommige gezinnen beter planbaar lijken: Bobbejaanland en Boudewijn Seapark.
Meldingen over Plopsa De Panne
Voor gezinnen met autisme is een dag in een attractiepark vaak geen spontane uitstap. Duidelijke regels, voorspelbare wachtrijen, rustmomenten en personeel dat de toegankelijkheidsregeling kent, maken volgens Stichting Uit met Autisme een groot verschil.
De stichting zegt sinds het begin van de zomervakantie opvallend veel meldingen te krijgen over Plopsa De Panne. Die meldingen gaan niet alleen over toegang tot attracties, maar ook over hoe groepen worden behandeld. Zo zou een ouder niet naast een eigen kind mogen zitten, omdat alleen de aangewezen begeleider die plaats mocht innemen. In een ander geval kon een bezoeker de aangepaste wachtrij voor Anubis niet gebruiken, omdat de begeleider de achtbaan niet aandurfde. Ook een groep met twee autistische bezoekers en twee begeleiders zou niet samen hebben kunnen zitten.
Welke parken lijken beter planbaar?
Volgens de stichting raakt dat aan autonomie en samen beleven. Een begeleider kan belangrijk zijn, maar zou niet automatisch verplicht moeten zijn als iemand vooral prikkelarm wil wachten en de attractie zelf veilig kan betreden en beleven.
Als praktische keuzehulp wijst Uit met Autisme deze zomer ook op Bobbejaanland en Boudewijn Seapark. Op basis van eigen reviews en beschikbare informatie lijken die parken voor sommige autistische gezinnen beter te plannen. De organisatie benadrukt wel dat gezinnen vooraf best goed nagaan hoe de regeling werkt en of die in de praktijk ook wordt toegepast zoals verwacht.



