Brugge heeft een nieuw Voetgangersplan voorgesteld voor een veilige en aangename wandelstad. Het plan moet de komende jaren zorgen voor betere routes, comfortabelere voetpaden en meer aandacht voor wie zich te voet verplaatst in de stad en de wijken.
Meer aandacht voor wijken en centrum
Brugge wil voetgangers de komende jaren een duidelijkere plaats geven in het mobiliteitsbeleid. Het nieuwe Voetgangersplan bundelt 31 acties en moet richting geven aan keuzes in straten, wijken, heraanlegprojecten en grote werken.
Voor inwoners betekent dat vooral dat wandelen niet langer alleen als verplaatsing tussen twee punten wordt bekeken. De stad wil werk maken van routes die beter aansluiten op hoe mensen zich echt verplaatsen: naar school, naar winkels, naar een Hoppin-punt, naar een zorgvoorziening of gewoon voor een ommetje in de buurt.
In elk wijkmobiliteitsplan komt ook een voetgangersnetwerk. Daarbij wil Brugge gebruikmaken van de kennis van bewoners. Zij weten welke paden, doorsteken en dagelijkse looproutes belangrijk zijn in hun buurt.
Ook voor Brugge Centrum worden hoofdroutes voor voetgangers bepaald. Die worden gekoppeld aan de mobiliteitsstudie Door & door. In de wijken en het centrum wil de stad bovendien zachte verbindingen, trage wegen en doorsteken bij projectontwikkelingen beter meenemen.
Comfortabeler en toegankelijker stappen
Het plan kijkt ook naar specifieke plekken. Zo worden looproutes rond Hoppin-punten bekeken, met Peerdeke in Assebroek als voorbeeld. Voor kinderen komt er aandacht voor zogenoemd kindweefsel: verbindingen tussen bestemmingen die kinderen moeten helpen om vlotter te voet te gaan.
Een belangrijk deel van het Voetgangersplan gaat over veilige en comfortabele routes. Brugge wijst erop dat veel voetpaden historisch te smal, oneffen of ingenomen zijn door obstakels. Ook zijn voetgangersnetwerken nog niet genoeg verankerd in ruimtelijke planning.
Daarom komen er onder meer ontwerprichtlijnen voor voetgangers, ingrepen voor comfort en toegankelijkheid en een voetgangerstoets bij heraanlegdossiers. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over logische looproutes en drempelvrije oversteekpunten.
Ook bij wegwerkzaamheden wil de stad toegankelijkheid sterker opnemen in bestekken en toelatingsprocedures. Niveauverschillen wegwerken en toegankelijke oversteekplaatsen voorzien worden daarbij expliciet genoemd. Bij communicatie over grote projecten zoals de R30-stationsomgeving en de Krakelebrug wil Brugge de inspanningen voor voetgangers en toegankelijkheid zichtbaar maken.
Plaats om te rusten, spelen en ontmoeten
Het plan wil van Brugge een veilige en aangename wandelstad maken door ook te kijken naar wat mensen onderweg nodig hebben. Hoofdroutes worden gescreend op voorzieningen zoals banken, drinkfonteintjes, publieke toiletten en vuilnisbakken.
Daarnaast wil de stad ingrepen voor ontmoeting en beleving onderweg bekijken. Dat kan gaan om bankjes, stilteplekken, kleine spel- of sportelementen, zitstenen of een evenwichtsbalk. Extra groene elementen langs routes in wijken en centrum maken ook deel uit van de acties.
Brugge wil te voet gaan niet alleen makkelijker maken, maar ook zichtbaarder. Per wijk komt een kaart met hoofdroutes en recreatieve routes. Voor het centrum is een Metrominuto-kaart voorzien met loopafstand en looptijd.
Er komen ook campagnes rond wandelen, zoals Maand van de Voetganger, Voetgangersbarometer en Trage Wegen. Bij evenementen wil de stad stappen beter in beeld brengen als verplaatsingswijze, met aandacht voor wandelroutes, tijd, afstand, toegankelijkheid en voorzieningen.
Wandelen zichtbaarder maken
Stad Brugge ondertekent ook het International Charter for Walking. Daarmee sluit de stad zich aan bij de oproep van Walk21 om samen te werken aan gezonde, efficiënte en duurzame leefgemeenschappen waarin mensen bewust kiezen om te wandelen.
Het Voetgangersplan loopt van 2026 tot 2031. De concrete waarde ervan zal voor Bruggelingen vooral zichtbaar worden op de plekken waar dagelijkse looproutes veiliger, toegankelijker en aangenamer worden.




