Stad Brugge en OCMW Brugge sluiten 2025 af met een positief beschikbaar budgettair resultaat van bijna 32 miljoen euro. Tegelijk eindigt de jaarrekening met een beperkt negatief resultaat van 1,8 miljoen euro. Voor Bruggelingen betekent dat vooral dit: de stad blijft financieel weerbaar, maar de ruimte voor nieuwe keuzes wordt kleiner.
De cijfers tonen een stad die veel heeft uitgegeven, maar ook veel heeft gerealiseerd. In 2025 werd voor 84,3 miljoen euro geïnvesteerd. Dat is een recordjaar voor Brugge. De autofinancieringsmarge, een belangrijke graadmeter voor de financiële draagkracht op langere termijn, bedraagt 30,8 miljoen euro.
Recordjaar voor investeringen
2025 was geen gewoon boekjaar. Door de verkiezingen in 2024 werden het budget en de laatste aanpassing van het meerjarenplan pas in mei 2025 goedgekeurd. Daardoor kenden de stadsdiensten hun budgetten later dan normaal.
Toch lagen de uitgaven opvallend dicht bij wat was begroot. Op exploitatie werd 97 procent van het voorziene budget uitgevoerd. Op investeringen ging het om 77 procent. In gewone taal: Brugge heeft in 2025 veel van de geplande uitgaven effectief uitgevoerd.
De grootste investeringen gingen onder meer naar BRUSK, duurzaamheidsmaatregelen voor stadsgebouwen, de R30 Stationsomgeving, voetpaden, de Scharphoutsite in Lissewege, mobiliteitsingrepen, Huize Minnewater en het Kerkebeekpad. Ook het wagen- en machinepark voor het openbaar domein kreeg een inhaalbeweging.
Voor inwoners is vooral dat laatste tastbaar. Investeringen in voetpaden, straten, mobiliteit en openbaar domein bepalen mee hoe veilig, bereikbaar en leefbaar de stad blijft.
Gezonde cijfers, maar minder marge
Stad Brugge en OCMW Brugge houden eind 2025 een beschikbaar budgettair resultaat van bijna 32 miljoen euro over. De autofinancieringsmarge ligt met 30,8 miljoen euro 8,7 miljoen euro hoger dan verwacht.
Toch is er geen reden om achterover te leunen. De reserves zijn opnieuw wat gedaald. Bovendien verwacht Brugge dat er deze legislatuur meer geleend zal moeten worden dan in de vorige, omdat de stad haar reserves niet verder wil afbouwen.
De lange termijnschuld bedraagt 146 miljoen euro. Volgens de stad blijft die schuld aanvaardbaar. De schuldratio blijft onder 0,4. Dat betekent dat de totale schuld overeenkomt met ongeveer vijf maanden gemiddelde inkomsten.
Sociale kosten stijgen
De druk zit vooral in de lopende uitgaven. De exploitatie-uitgaven stegen in 2025 naar 381 miljoen euro. De personeelskost liep op tot 189 miljoen euro, ook al daalde het aantal voltijdse equivalenten bij Stad en OCMW.
De stijging komt vooral door indexatie, anciënniteit en de hogere responsabiliseringsbijdrage voor pensioenen van statutair personeel. Die pensioenlast wordt de komende jaren zwaarder.
Ook bij het OCMW nemen de kosten toe. De individuele hulpverlening steeg met 1,1 miljoen euro tot 20,4 miljoen euro. Het aantal leefloondossiers nam in 2025 toe met 8,6 procent, tot gemiddeld 874 per maand. Als de tendens van de eerste maanden van 2026 aanhoudt, stijgt dat verder tot ongeveer 1.000 leefloondossiers per maand.
Voor Bruggelingen is dat geen abstract cijfer. Het toont dat meer mensen in de stad steun nodig hebben om rond te komen.
Meer inkomsten uit leegstand, tweede verblijven en GAS-boetes
De belastingontvangsten zaten net boven de verwachtingen. De aanvullende belastingen, zoals de opcentiemen op de onroerende voorheffing en de aanvullende personenbelasting, blijven veruit de grootste inkomstenbron. Brugge benadrukt dat die opcentiemen de komende jaren niet stijgen.
Wel kwamen er meer inkomsten uit belastingen op leegstaande woningen en gebouwen en op tweede verblijven. Samen leverden die 0,9 miljoen euro extra op, zonder tariefverhoging in 2025. Volgens de jaarrekening hangt dat samen met de grotere aandacht voor leegstand en tweede verblijven.
Ook de inkomsten uit GAS-boetes stegen fors. Ze gingen met 1,5 miljoen euro omhoog tot meer dan 3 miljoen euro. Dat komt vooral door GAS-4-boetes in de verkeersluwe zones.
Brugge blijft investeren, maar moet scherper kiezen
De jaarrekening toont twee bewegingen tegelijk. Brugge blijft investeren in gebouwen, wegen, mobiliteit, cultuur, erfgoed en openbaar domein. Maar tegelijk stijgen de structurele kosten voor personeel, pensioenen, sociale hulp en dienstverlening.
Daar wringt het de komende jaren. Lokale besturen krijgen meer taken doorgeschoven, terwijl de budgettaire marge kleiner wordt. Ook bouwkosten, energieprijzen en exploitatie-uitgaven blijven druk zetten.
Stad Brugge en OCMW Brugge staan er eind 2025 financieel gezond voor. Maar de boodschap onder de cijfers is duidelijk: nieuwe plannen zullen strenger moeten worden afgewogen. Niet omdat Brugge vandaag in moeilijkheden zit, wel omdat de komende jaren minder ruimte laten voor gemakkelijke keuzes.





