De Lijn schrapt buslijnen voor leerlingenvervoer
buslijnen voor leerlingenvervoer verdwijnen volgend schooljaar bij De Lijn, en dat raakt ook heel wat West-Vlaamse gezinnen. Volgens de vervoersmaatschappij blijven leerlingen wel met de bus naar school gaan, maar kunnen ritten langer worden en verandert de aanpak van de ophalingen.
Voor ouders en scholen in Brugge en de rest van West-Vlaanderen is dat geen detail. Wie kinderen naar het buitengewoon onderwijs moet krijgen, krijgt mogelijk met langere ritten en centrale opstapplaatsen te maken in plaats van een klassieke rit van deur tot deur.
Meer dan 200 lijnen verdwijnen
Volgens het bericht gaat het om meer dan 200 buslijnen voor het leerlingenvervoer. Een coördinator die aanwezig was op een digitale infovergadering sprak zelfs over 204 lijnen, al bevestigt De Lijn dat er lijnen verdwijnen zonder al een exact cijfer te geven.
De maatregel past in de besparing die De Lijn moet doorvoeren binnen het budget van 139 miljoen euro. Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder wil dat de vervoersmaatschappij volgend schooljaar binnen dat budget blijft.
Impact voor leerlingen en ouders in de regio
De Lijn zegt dat elke leerling nog steeds met de bus naar school zou kunnen, ook als een lijn wegvalt. Tegelijk waarschuwt het bericht dat sommige ritten langer worden en dat een rit van maximaal 90 minuten niet langer altijd gegarandeerd is.
Ook het idee om niet langer elke leerling thuis op te pikken, maar te werken met centrale opstapplaatsen, kan voor gezinnen een groot verschil maken. Voor scholen, ouders en begeleiders in Brugge en andere West-Vlaamse gemeenten betekent dat mogelijk een nieuwe dagelijkse planning.
Oppositie reageert kritisch op de plannen en noemt langere busritten voor leerlingen van het buitengewoon onderwijs een stap achteruit. De discussie raakt daarmee niet alleen de vervoersmaatschappij, maar ook de dagelijkse bereikbaarheid van scholen in de regio.
Wie het leerlingenvervoer volgt, zal dus snel willen weten hoe de nieuwe regeling lokaal uitpakt. Voor veel gezinnen draait dit niet om een verre beleidswijziging, maar om het verschil tussen een haalbare en een moeilijke schooldag.



