Verhalen van hier: Toen het Zwin een frontlijn werd voor Brugge en Damme

Lezers reageren

- Dank aan onze partner -
- Dank aan onze partner -

Onze streek lag eeuwenlang op een kwetsbare plek: bij de zee-inham naar Brugge en later dicht bij een nieuwe staatsgrens. Daardoor werd de verdediging van het Zwin meer dan een militaire zaak. In Brugge, Damme, Sluis, Westkapelle, Cadzand en Heist voelden inwoners de gevolgen van oorlogsschattingen, plunderingen en verwoestingen.

Een streek die vaak in oorlogsgebied lag

Voor de indijkingen van de 11de en 12de eeuw was een deel van het gebied nog overstroomd of schorre. Voor vreemde aanvallers viel daar weinig te halen. Dat veranderde toen de streek economisch en strategisch belangrijker werd.

Brugge was al vroeg een doelwit. Het Romeinse handelsgehucht in de omgeving van Fort Lapin zou rond 280 door brand zijn verwoest bij een inval van Germaanse piraten. Enkele eeuwen later, tijdens de Noormaninvallen van de 9de eeuw, lijkt Brugge minder zwaar getroffen te zijn dan Gent en Kortrijk. Monniken uit Gent en Torhout brachten hun kerkschatten zelfs in Brugge in veiligheid.

Dat wijst op een streek die niet alleen kwetsbaar was, maar ook betekenis had. Waar handel, veiligheid en bereikbaarheid samenkomen, volgt vaak strijd.

Damme geplunderd, Sluis verwoest

In de 13de eeuw kwam Vlaanderen tegenover de Franse koning te staan. Na het huwelijk van Johanna van Constantinopel met Ferrand van Portugal groeide de spanning met koning Filip-August. In 1213 viel hij Vlaanderen binnen. Gent en Brugge werden ingenomen.

Tegelijk voer een Franse oorlogsvloot het Zwin op. Op 2 juni 1213 bereikte die Damme. De stad werd volledig geplunderd. De ligging aan het Zwin maakte Damme belangrijk, maar ook kwetsbaar.

Later, aan het einde van diezelfde eeuw, speelde de strijd om Zeeland mee. In 1295 verwoestten de Hollanders Sluis en Cadzand. Ook daar werd duidelijk hoe dicht de grote politiek bij het dagelijks leven van de kuststreek kwam.

Vissersboten werden oorlogsschepen

Begin 14de eeuw werd de verdediging van het Zwin concreet georganiseerd. In de haven van Sluis werd in 1301 een Vlaamse oorlogsvloot gevormd. Brugge eiste beschikbare schepen op, ook vissersboten.

Die boten kregen een andere functie. Ze werden omgebouwd tot oorlogsschepen, met verhoogde voor- en achterstukken en hogere wanden tegen bestormingen. De grootste schepen kregen tientallen bootsgezellen aan boord, samen met soldaten of kruisboogschutters.

Voor vissers uit de streek betekende oorlog dus niet alleen gevaar op zee. Hun boten, hun werk en hun inkomen werden rechtstreeks in de strijd getrokken.

Westkapelle en Heist in de frontlijn

Na de Slag bij Groeninge in 1302 bleef de onrust aanhouden. Brugge liet in 1304 een brug bouwen voor de sluis van de Reigaarsvliet in Westkapelle. Dat moest de afwatering van Brugge beschermen tegen een Franse actie.

Op Wulpen en Kadzand kwamen wachtposten. Jan de Bruine uit Heist werd met 25 man in de buurt van Damme gelegerd. Zo kwamen ook kleinere plaatsen en lokale mensen in het verdedigingsnet rond Brugge terecht.

De verdediging van het Zwin was dus geen ver verhaal van graven en koningen alleen. Ze liep door polders, havens, sluizen en vissersgemeenschappen.

Op 11 augustus 1304 werd de Vlaamse vloot bijna volledig vernield in een zeeslag bij Zierikzee. Brugge had daarna snel vissersboten nodig om overgebleven troepen te evacueren. De Heistse vissers weigerden eerst. De stad moest opnieuw aandringen.

Die weigering zegt veel. Voor de mensen van hier was oorlog geen abstract conflict. Het ging over boten, risico’s en overleven.

De prijs werd ook op het platteland betaald

Na het verdrag van Athis in juni 1305 moesten de Vlaamse steden een zware schadevergoeding betalen. De Vrede van Athis-sur-Orge legde Vlaanderen een hoge oorlogsschatting op.

Bij de inning daarvan voelden plattelandsbewoners zich benadeeld en uitgebuit. Onder leiding van Nikolaas Zannekin kwamen zij in opstand tegen de Fransgezinde graaf Lodewijk van Nevers. De opstand eindigde in 1328 bij de Slag bij Kassel in het voordeel van de graaf.

Een van de figuren uit die opstand was Lambert Bonin, een rijke boer uit Westkapelle. Na de slag werd hij gevangen genomen en vermoord.

Daarmee eindigt dit hoofdstuk niet bij kastelen, veldslagen of verdragen, maar bij een man uit Westkapelle. Dat maakt dit verhaal lokaal. De grote strijd om Vlaanderen kwam uiteindelijk terecht bij mensen die hier woonden, werkten en hun streek zagen veranderen.

- Advertisement -

Ook dit nog...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

- Dank aan onze partner -
- Dank aan onze partner -

Net binnen