Verhalen van hier: Koolkerke twijfelt al sinds 1642 aan de dood van Tonynken Costers

Lezers reageren

- Dank aan onze partner -
- Dank aan onze partner -

De moordzaak te Koolkerke bij Brugge begint niet met zekerheid, maar met twijfel. In juni 1642 wordt Tonynken Costers dood aangetroffen in herberg Ter Panne, naast haar man Loys Vandepitte. Was zij gestorven door ziekte, door verstikking, of door de hand van haar echtgenoot?

Wat volgt, is geen helder misdaadverhaal met één rechte lijn. Het is een wirwar van burenpraat, getuigenissen, dokters die terugkomen op hun oordeel en een dorpsgemeenschap die al snel haar eigen vonnis lijkt te vellen.

Van de Carmersstraat naar Ter Panne

Loys Vandepitte kwam uit Brugge. Zijn familie woonde in de buurt van de Carmersstraat, waar hij zelf ook lange tijd verbonden bleef aan huizen en herbergen. Eerst was er “Den Gouden Buck”, op de hoek van de Carmersstraat en de Korte Raamstraat. Later trok hij naar Koolkerke, eerst naar “Den Vlieghenden Hert” en daarna naar herberg “Ter Panne”.

Die laatste herberg lag net buiten de stadspalen. Dat was geen detail. Wie buiten de stad kwam drinken, kon goedkoper bier of wijn krijgen, omdat daar minder taksen golden. Voor Loys was dat handelsvoordeel belangrijk. Zelf zei hij dat hij naar Koolkerke trok “voor meerder trafycke”: meer volk, meer omzet, meer kans op gewin.

Maar over zijn naam hing al voor 1642 een schaduw. In Brugge had hij problemen gehad met de burgemeester van de commune. Hij was zelfs eens opgesloten in “het steen”, al werd hij zonder vonnis vrijgelaten. Zijn bijnaam was “den Dophijn”. Waar die vandaan kwam, bleef onduidelijk.

Twee huwelijken, veel geruchten

Loys was eerst getrouwd met Anna Van den Aveene. Zij overleed in december 1639, kinderloos. Uit de boedelstaat blijkt dat het huishouden niet arm was: er waren huizen, geld, meubelen, juwelen, schulden en lasten. Maar achter die zakelijke opsomming zat een huwelijk waarover later meer dan één getuige zei dat het hard en ongelukkig was.

Na Anna’s dood kwam Antonia Costers in beeld, in de volksmond Tonynken. Zij was dienstmeid bij Loys. Veel wist hij naar eigen zeggen niet over haar. Ze had geen vader of moeder meer en was eerder in dienst geweest in Brugge. Toen zij zwanger werd, trouwden Loys en Tonynken op 16 oktober 1641 in Koolkerke. Hun zoon Joannes Ludovicus werd geboren op 6 december. Het kind stierf al op 4 februari 1642.

Daarna liep het huwelijk verder vast. Verschillende buren verklaarden dat er ruzies waren. Sommigen hadden Loys horen dreigen. Anderen hadden Tonynken zien huilen of haar horen klagen. Toch blijft in het dossier telkens dezelfde spanning terugkomen: veel mensen vermoedden veel, maar niet iedereen had zelf iets gezien.

De vrouw “op de tol”

Een paar dagen voor Tonynkens dood escaleerde de sfeer. Op Sinksendinsdag kwam Loys uit Brugge terug met een jonge vrouw die dienstmeid was “op de tol”. In herberg Ter Panne liet hij haar wijn schenken. Zes of zeven pinten, volgens getuigen.

Tonynken kon dat niet verdragen. Zij sloot de kraan. Daarna ontstond ruzie. Volgens omstaanders sprak Loys zeer neerbuigend over zijn vrouw en liet hij verstaan dat de andere vrouw zijn lief was. Voor Tonynken moet dat vernederend geweest zijn, daar in de herberg, in het zicht van buren en klanten.

Een getuige verklaarde dat Loys haar later met een stok sloeg. Een ander had vooral de dreigende woorden onthouden. De precieze ernst van die slagen bleef betwist. Maar dat er in Ter Panne geen vrede hing, daarover waren meerdere getuigen het eens.

De nacht waarin alles kantelt

Op vrijdagavond kwamen de twee hoofdmannen van Koolkerke, Adriaen Buuck en Jacques Verschuere, in de herberg. Ze aten, dronken en hoorden nog woorden tussen Loys en Tonynken over de vrouw die hij eerder had getrakteerd. Toch bleef het volgens hen bij ruzie. Rond tien uur gingen ze weg. Tonynken leek toen nog gezond.

De volgende ochtend, bij het eerste licht, liep Loys naar de buren. Zijn vrouw was zwaar ziek, zei hij. Hij vreesde dat ze zou sterven.

Toen de buren binnenkwamen, lag Tonynken op bed. Ze gaf geen duidelijk teken van leven meer. Haar ogen stonden open. Haar gezicht werd paarsblauw. Sommigen hoorden nog enkele snikken of een rochel in de keel. Anderen dachten dat zij al dood was.

Loys vertelde dat zij ’s nachts had moeten overgeven. Zij had ook haar gevoeg gedaan in de kamer. Hij had gedacht dat het een kwalijkte was, een aanval of plots onwel worden. Omdat hij moe was, zou hij weer in slaap gevallen zijn. Toen hij wakker werd, vond hij haar bewusteloos naast zich.

Die uitleg overtuigde niet iedereen.

Burenpraat wordt gerechtelijk onderzoek

Al snel ging het verhaal rond. Eerst in Koolkerke, dan in Brugge. “Den Dophijn” zou zijn vrouw de keel hebben toegeknepen. Marijn Van Nieuwenburch, bijgenaamd Quaepeerdt, zei het Loys recht in het gezicht. Hij had het gehoord, maar voegde eraan toe dat Loys er volgens hem ook toe in staat was.

Die woorden deden iets kantelen. Loys wilde zijn vrouw niet laten begraven zolang de praat bleef hangen. De pastoor raadde aan een dokter te laten komen. Zo kon het lichaam geschouwd worden en zouden de “clappaerts”, de praatjesmakers, zwijgen.

Maar het omgekeerde gebeurde. De eerste schouwing gaf nog ruimte voor een natuurlijke dood. Dokter Burchard Wittemberg had aanvankelijk gedacht aan een inwendig ongeluk, mogelijk door hevig braken. Later, toen andere artsen en chirurgijns het lichaam opnieuw onderzochten, werd het oordeel zwaarder.

Er waren blauwe plekken aan de hals. Het lichaam was paars en blauw. Uit mond en neus kwam schuim. De organen leken gezond. De artsen kwamen tot het besluit dat Tonynken gestikt was, en dat er geweld van buitenaf moest zijn geweest.

Daarmee werd de moordzaak te Koolkerke bij Brugge een gerechtelijke zaak.

Waarom kanunniken het onderzoek voerden

Opvallend is dat niet alleen de baljuw, dokters en chirurgijns bij het onderzoek betrokken waren, maar ook kanunniken. Dat had te maken met de bijzondere rechtspositie van Loys. Hij was een proostlaat en viel onder de rechtsmacht van de proostdij van Sint-Donaas in Brugge.

Die proostdij had eigen rechtsinstellingen. In criminele zaken kon het Kanunnikse vooral onderzoeken. Voor uitspraak en terechtstelling moest een beschuldigde worden overgeleverd aan de vierschaar van het Proosse. Dat maakt de zaak niet alleen een familiedrama, maar ook een blik op oude rechtspraak in en rond Brugge.

Recht was toen niet iets dat ver weg gebeurde. Het kwam de herberg binnen. Het liet een kist weer openbreken. Het liet buren onder eed spreken.

Getuigen tussen angst, kwaadheid en twijfel

De getuigenissen zijn hard, maar niet altijd sluitend.

Jacquemyne Fruyts, de buurvrouw, vertelde hoe Loys haar kwam halen. Zij zag Tonynken liggen en probeerde nog hulp te bieden. Er werd met een sleutel geprobeerd haar mond te openen. Er werd rook in de neus gebracht, in de hoop haar adem terug te krijgen. Maar leven zag ze niet meer.

Jan Van Daele had Loys eerder ruzie zien maken met Tonynken. Hij verklaarde dat er vaak twist was, en dat hij slagen had gezien. Toch hoorde hij in de nacht van haar dood niets.

Joorynken Vanden Abeele kende de spanningen rond de vrouw “op de tol”. Zij vond Loys’ gedrag tegenover Tonynken vernederend en dreigend. Toen zij hem na de dood zag, zei hij dat hij nooit met meer vriendschap was gaan slapen.

Mayken Lams vond de omstandigheden vreemd. Zij keek naar het bed en vermoedde dat Loys misschien niet naast Tonynken had gelegen, zoals hij zei. Maar een andere getuige meende net dat er wél iemand bij haar had gelegen.

Zo schuurt het hele dossier. De buren schetsen een man met een harde reputatie. De dokters spreken over verstikking door uitwendig geweld. Maar de nacht zelf blijft mistig. Niemand verklaart dat hij de daad heeft gezien.

Een dood die Koolkerke bleef achtervolgen

Tonynken Costers werd uiteindelijk begraven in Koolkerke. In het overlijdensregister schreef de pastoor dat van haar gezegd werd dat zij door haar man was gedood. Zelfs daar bleef de formulering voorzichtig: “van wie gezegd wordt”.

Dat is precies waarom dit verhaal blijft hangen. De gemeenschap had haar oordeel bijna klaar. De artsen zagen sporen die moeilijk te negeren waren. Loys had een verleden van ruzie, dreiging en geweld volgens meerdere getuigen. En toch blijft er een verschil tussen verdenking, overtuiging en absoluut bewijs.

De moordzaak te Koolkerke bij Brugge toont vooral hoe klein de afstand toen was tussen huiselijk geweld, dorpspraat en gerecht. Een dood in een herberg werd meteen een zaak van buren, pastoor, baljuw, kanunniken en dokters. Koolkerke keek mee. Brugge sprak erover.

Of Loys Vandepitte werkelijk schuldig was, valt uit dit deel niet definitief te besluiten. Maar Tonynken Costers verdween niet zomaar uit het dorpsleven. Haar dood liet een spoor na in woorden van buren, in blauwe plekken op een lichaam en in een oude rechtszaak die bijna vier eeuwen later nog altijd wringt.

- Advertisement -

Ook dit nog...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

- Dank aan onze partner -
- Dank aan onze partner -

Net binnen