Verhalen van hier: Leon Lippens, het Zwin en de achtertuin van de Noordzee

Lezers reageren

- Dank aan onze partner -
- Dank aan onze partner -

Knokke-’t Zoute groeide in het verhaal van Leon Lippens uit tot de achtertuin van de Noordzee. Niet toevallig, vond hij zelf. Achter de badplaats zat volgens hem een strak plan: grond beschermen, versnippering vermijden en bouwen met respect voor landschap, stijl en natuur.

Zijn woorden tonen een man die hoffelijk kon klinken, maar tegelijk scherp uithaalde. Naar de overheid. Naar critici. Naar wie volgens hem wel sprak over natuur, maar er te weinig voor deed.

Een familieplan voor Knokke-’t Zoute

Volgens Lippens begon het verhaal in 1784, toen Philippe-François Lippens gronden in Knokke-’t Zoute en de omliggende polders op de zee won. Het ging om land dat met dijken werd beschermd en om schorren bij het Zwin die bij hoog tij nog overspoeld werden.

Voor de familie Lippens was dat bezit niet zomaar grond. Het moest één geheel blijven. Daarom werd in 1908 de naamloze vennootschap Cie Le Zoute opgericht. Wie uit het verhaal wilde stappen, kon aandelen verkopen, maar geen losse stukken grond. Zo moest worden vermeden dat het domein uit elkaar viel door erfenissen of verkoop.

Die keuze bepaalde hoe Knokke-’t Zoute eruit zou gaan zien. Kopers kregen regels opgelegd. Er moest gebouwd worden in Vlaamse of Anglo-Normandische stijl. Platte daken waren niet gewenst. De bouwhoogte bleef beperkt. Tuinen, hagen, paden en bosaanplantingen moesten mee het uitzicht van de badplaats bepalen.

Het resultaat moest geen gewone verkaveling worden, maar een plaats waar wonen, wandelen, zee en groen samenkwamen. In die zin werd Knokke-’t Zoute voor Lippens echt de achtertuin van de Noordzee.

Riolen, kraantjeswater en golf

Opvallend is hoe vooruitstrevend sommige verplichtingen waren. Nieuwe gebouwen moesten volgens Lippens comfort krijgen: elektriciteit, gas, waterleidingen, riolen en zuivering van afvalwater.

Dat botste volgens hem op ongeloof bij een gemeente die toen nog sterk door landbouwers werd bestuurd. Waarom betalen voor kraantjeswater als regenwater gratis viel? Waarom riolen aanleggen als mest waardevol was? Waarom elektriciteit en gas als olielampen ook werkten?

Ook de aanleg van golf- en tennisterreinen paste in die grotere ambitie. Daarmee wilde men jongeren en Engelsen aantrekken. De oudere generatie keek daar volgens Lippens met enige spot naar. Zijn samenvatting bleef hangen: “Iemand die met een stok achter een balletje aanloopt, die is ofwel getikt ofwel Engelsman.”

Het Zwin als levenswerk

Het Zwin lag Lippens duidelijk nauw aan het hart. Hij zag het natuurgebied als een stuk schorrenland dat door zijn familie twee eeuwen lang was bewaard. In 1952 werd er een reservaat van gemaakt.

Volgens Lippens werd het Zwin in zijn leven drie keer bedreigd met totale vernieling: twee keer door de Belgische staat en één keer door Nederland. Hij stelde dat zijn familie telkens mee verhinderde dat het gebied verloren ging.

Voor Knokke-Heist en de kust kreeg het Zwin daardoor meer betekenis dan alleen natuur. Lippens noemde het belangrijk voor onderwijs, wetenschap, milieubescherming en toerisme. Hij verwees naar de vele rondleidingen en naar de duizenden leerlingen die er jaarlijks kwamen kijken.

Zijn toon werd zachter wanneer hij sprak over kinderen die voor het eerst de natuur ontdekten. Dan haalde hij Guido Gezelle aan, die bij een klein bloempje zou hebben gezegd: “Wat een wonder!”

Een scherpe stem in het debat over natuur

Lippens was tegelijk natuurliefhebber, dierenvriend en jager. Voor wie dat vreemd vond, had hij een uitgesproken antwoord: volgens hem vulden die passies elkaar aan.

Hij vond dat jagers belang hadden bij sterke natuur, omdat zij het hele jaar door met biotopen bezig waren. Jacht zag hij niet als bedreiging, maar als onderdeel van beheer. Wie jacht verbood zonder zorg voor het landschap, riskeerde volgens hem net natuurverlies.

Die visie botste met tegenstanders van de jacht. Lippens spaarde hen niet. Hij vond dat er te veel papier werd volgeschreven en te weinig werk op het terrein gebeurde. Zijn slotgedachte was even streng als eenvoudig: “God vergeeft altijd, de mens vergeeft soms, maar de natuur vergeeft nooit.”

Waarom dit verhaal hier blijft hangen

Het verhaal van Leon Lippens is geen neutrale wandeling door het verleden. Het is de stem van iemand die zijn familie, het Zwin en Knokke-’t Zoute met elkaar verbond. Soms trots. Soms koppig. Soms scherp.

Maar net daardoor zegt het iets over de manier waarop deze plek is gevormd. Knokke-’t Zoute werd niet alleen gebouwd met villa’s, dreven en tuinen. Het werd ook gebouwd met regels, belangen, discussies en een groot geloof in particulier initiatief.

Wie vandaag door het Zoute wandelt of aan de rand van het Zwin staat, loopt dus door een landschap waar keuzes uit het verleden nog altijd zichtbaar zijn. Dat maakt de achtertuin van de Noordzee meer dan een mooie bijnaam.

- Advertisement -

Ook dit nog...

2 REACTIES

  1. Wat baten kaars en bril als een deel van de bevolking het baanbrekend werk van het verleden niet wil zien
    ” Het zijn niet allemaal vrienden die naar je lachen ” ! Het bewijs ligt er zwart op wit dat noodzakelijke .. informanten uit de gemeente destijds weinig of niet te vertrouwen waren.

  2. “Volgens Lippens werd het Zwin in zijn leven drie keer bedreigd met totale vernieling: twee keer door de Belgische staat en één keer door Nederland. Hij stelde dat zijn familie telkens mee verhinderde dat het gebied verloren ging.”

    Als het aan de huidige vastgoedoligarchie zou liggen, was het Zwin nu een Atlantikwall vanaf de huidige “Finis Terrae” tot aan de monding van het Zwin bij Cadzand. Voor het verhinderen van de vernieling van het Zwin in het verleden krijgt de “Comes Zoutensis Senior” Leon Lippens postuum meerdere bonuspunten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

- Dank aan onze partner -
- Dank aan onze partner -

Net binnen