De moord op Lodewijk Luyckx brengt ons terug naar Lissewege-Sas, een gehucht bij de duinen, de spoorweg en het sas aan de monding van het Schipdonk- en Leopoldkanaal. Op zondag 24 mei 1891 werd de strandwerker daar dood teruggevonden, amper enkele honderden meters van zijn huis.
Voor mensen van hier is dit meer dan een oude misdaadzaak. Het dossier toont hoe dicht werk, drank, armoede, roddel en geweld bij elkaar lagen in de kustbuurt die later deels bij Brugge en deels bij Heist zou worden gevoegd.
Loonavond eindigt in een bloedige ochtend
Lodewijk Luyckx had de avond voordien gewerkt met andere strandarbeiders. Ze losten blauwe steen en trokken daarna naar Heist om hun loon te ontvangen. Dat gebeurde in herberg De Vier Gekroonden. Luyckx kreeg 26 frank en een frank drinkgeld.
Daarna trok hij met andere mannen langs herbergen en een viskot. Er werd gedronken, vis gekocht en gepraat. In de nacht stapte Luyckx uiteindelijk verder richting Lissewege.
De volgende ochtend zag Oscar Willaert een man liggen aan de duinen, ter hoogte van Lissewege-Sas. Hij dacht eerst dat Luyckx zijn roes lag uit te slapen. Een uur later vond de moeder van Luyckx het lichaam van haar zoon. Hij lag in een bloedplas. Zijn zakken waren uitgekeerd en zijn geld was weg.
Verdacht spoor, maar geen zekerheid
Het parket van Brugge, de gendarmerie van Blankenberge en de politiecommissaris van Heist kwamen ter plaatse. De lijkschouwing wees op zware slagen met een kapmes of bijl. Later werd onder rijshout een kapmes gevonden met bloed en blond haar. Volgens het onderzoek was Luyckx met zijn eigen werktuig gedood.
De verdenking viel vooral op Louis Debaecker en Karel Beirens. Zij waren die nacht nog met Luyckx op pad geweest. Er waren verklaringen over nachtelijk lawaai, bloedvlekken op kledij, verdachte klompsporen en een sok met bloed. Toch bleef veel onzeker. Er was geen ooggetuige van de moord zelf. Niemand bekende. Geen enkel in beslag genomen kapmes van de verdachten paste bij de letsels.
Ook andere mannen uit de omgeving kwamen in beeld, onder wie vissers en werkmakkers. Het dossier toont een kleine gemeenschap waarin bijna iedereen elkaar kende, maar waarin wantrouwen snel groeide.
Een buurt tussen duinen, spoorweg en sas
Lissewege-Sas lag eind 19de eeuw in een grensgebied tussen Lissewege en Heist. De naam verwees naar het sas bij de monding van het Schipdonk- en Leopoldkanaal. In 1899 werd het noordelijke deel van Lissewege bij Brugge gevoegd. Een jaar later kwam het deel ten westen van het Schipdonkkanaal bij Heist.
Net daarom voelt dit verhaal lokaal zo scherp. De plekken uit het dossier liggen in een gebied dat later mee zou opgaan in Zeebrugge en Heist. De mannen werkten aan het strand, aan golfbrekers en rond de havenomgeving. Ze leefden van zwaar werk, losse betalingen en de kleine cafés waar loon vaak snel rondging.
De moord op Lodewijk Luyckx toont ook de kwetsbaarheid van gezinnen. Zijn moeder vond hem zelf terug. Hij liet een buitenechtelijk kind na, Victorine, geboren in Lissewege in 1890.
Vrijspraak in Brugge
Op 21 november 1891 kwamen Debaecker en Beirens voor het West-Vlaams Assisenhof. De twaalfkoppige volksjury sprak hen vrij. Ze werden meteen vrijgelaten.
De beslissing is begrijpelijk binnen wat het dossier toont. Er waren aanwijzingen, vermoedens en belastende verklaringen, maar geen hard bewijs dat de twee mannen de dodelijke slagen hadden toegebracht. De moord op Lodewijk Luyckx bleef daardoor onopgelost.
Meer dan 130 jaar later blijft vooral het beeld hangen van een kleine kustgemeenschap waar iedereen elkaar kende, maar waar de waarheid over één nacht in mei 1891 nooit helemaal boven water kwam.
Dank aan: Rijksarchief Brugge, Archief van het Hof van Assisen van West-Vlaanderen en rechtsvoorgangers (1796-1960), doos 748, dossier nr. 15.




