Voor kustbewoners wordt het steeds zichtbaarder dat meer mensen vanaf onze stranden de oversteek naar het Verenigd Koninkrijk proberen te maken. Dat zorgt niet alleen voor onrust, maar ook voor gevaarlijke situaties op zee, vlak voor de eigen kustlijn.
Dit jaar telde de politie al 27 boten met transmigranten die vanaf de Belgische kust vertrokken. De weekend werden nog eens vijf bootjes met in totaal 200 transmigranten onderschept. Voor mensen aan de kust maakt dat duidelijk dat het niet meer om uitzonderlijke gevallen gaat.
Tegelijk groeit de kritiek op de manier waarop over migranten gesproken wordt. Volgens Vluchtelingenwerk Vlaanderen gebruiken sommige beleidsmakers in de berichtgeving ontmenselijkende woorden. Daartegen klinkt verzet, zeker in een context waarin veel mensen op de vlucht zijn voor oorlog en gevaar.
De nadruk moet volgens die visie in de eerste plaats liggen op veiligheid. Mensen die in zulke bootjes zitten, moeten zo snel mogelijk op een veilige manier van boord gehaald worden. Welke veilige plaats het meest aangewezen is, hangt af van de situatie op dat moment. Is Frankrijk het dichtstbij, dan moeten mensen daarheen. Is België de dichtstbijzijnde veilige plaats, dan moeten ze naar België gebracht worden.
Daarna moet er toegang zijn tot de asielprocedure en tot duidelijke informatie over die procedure en hun rechten. Alleen mensen tegenhouden of vooral inzetten op ontmoediging mag volgens die redenering niet de eerste zorg zijn.
Volgens Vluchtelingenwerk Vlaanderen is het ook nodig om te kijken naar de redenen waarom mensen deze oversteek maken. In verschillende landen van de Europese Unie wordt een streng beleid gevoerd dat mensen moet ontmoedigen. Daardoor voelen mensen zich weggeduwd en reizen ze verder naar een ander land. De langetermijnoplossing ligt volgens de organisatie in een betere opvang en betere procedures in heel Europa.




