Lang voordat de Varsche Vaart tot stand kwam, voer men vanaf Brugge via de Municareda Zwin waterloop naar de zee. Deze nu verdwenen vaarweg vormde eeuwenlang een belangrijke verbinding in het poldergebied tussen Brugge en Sluis.
Waterweg tussen Damme en Oostkerke
De Municareda was een zijarm van het Zwin die liep van Lembeke richting Pereboom bij Oostkerke. De naam verschijnt voor het eerst in 1219 en betekent letterlijk ‘de waterloop van de monniken’. Daarom droeg ook het stadje Monnikerede zijn naam, gelegen aan deze belangrijke vaarweg.
In 1266 bouwden de schepenen van Monnikerede een sluis aan de monding van de Municareda. Echter, de schepenen van Damme verplichtten hen vervolgens de scheepvaart via deze waterloop te beletten. Damme vreesde dat schepen voortaan rechtstreeks naar Brugge zouden varen en de stad inkomsten zou mislopen.
Verbinding met het Oude Zwin
De waterloop lag tussen twee dijken: de Poortweededijk en de Pylyserdam aan de zuidwestkant, en de Oostdijk aan de noordoostkant. Bovendien loosde een deel van de Watering van Romboutswerve haar water langs de Municareda, zoals blijkt uit documenten uit 1316.
In 1564 kanaliseerde men het gebied en ontstond de Varsche Vaart, het kanaal dat Brugge verbond met Sluis. Deze nieuwe vaarweg volgde deels het tracé van het Oude Zwin en de Municareda. Daardoor verdween de oorspronkelijke waterloop grotendeels uit het landschap.
Van waterweg naar landbouwgrond
Het stadje Monnikerede bezat een strook grond die liep van Lembeke tot Pereboom, namelijk de Poortweede en de Pylyserdam. Deze gronden werden in de vijftiende eeuw verpacht, onder andere aan Jan, heer van Oostkerke. Verder werd de Oostdijk al in 1280 gebruikt als landbouwgrond.
Vandaag herinnert weinig nog aan deze historische vaarweg. Bijvoorbeeld op oude kadastrale kaarten van Oostkerke uit ongeveer 1845 is nog een strook grond zichtbaar die liep van de Pompestraat tot aan het Oude Zwin, mogelijk identiek aan de vroegere Oostdijk.
De naam Municareda verwijst waarschijnlijk naar monniken die eigendom hadden langs de waterloop. Of dit de monniken van Ter Doest op Lissewege waren, dan wel die van de Abdij van Sint-Kwintens ten Eilande die tienden bezaten te Oostkerke, blijft historisch discussiepunt. Niettemin illustreert de Municareda hoe waterbeheersing en scheepvaart eeuwenlang vorm gaven aan dit poldergebied.
Voor wie vandaag door de vlakke polders tussen Damme en Oostkerke fietst, is het nauwelijks voor te stellen dat hier ooit water stroomde waarlangs schepen voeren. Toch blijft de geschiedenis van de regio bewaard in archieven en oude teksten, zoals die van het Hey Kenniscentrum.
Meer informatie over vergeten waterlopen in de Zwinstreek vindt u op diverse heemkundige websites die de rijke geschiedenis van deze streek documenteren.




