De Blankenberge vuurtoren geschiedenis kent een bijzonder woelig verleden waarin brand na brand het oriëntatiepunt voor vissers en schepen verwoestte. Vandaag staat een moderne betonnen toren aan het einde van de zeedijk, maar die plek herbergt al sinds de 14de eeuw een lichtbaken dat generaties zeevarenden de weg wees.
Van houten mast naar stenen toren
In 1394 zette de Blankenbergse stadmagistraat de eerste officiële vuurbaken op. Bovendien was dit geen luxe torenconstructie, maar een simpele houten mast met bovenop een aarden pan gevuld met reuzel of bruinvisolie. Elke avond klommen twee oude vissers samen met een scheepsjongen naar de top om het vuur aan te steken. Deze primitieve vierboete deed haar werk, maar bracht ook grote risico’s met zich mee.
De vierpanne raakte regelmatig beschadigd door wind en weer. Daarom kreeg het systeem in 1419 een eerste upgrade: de breekbare aarden pan maakte plaats voor een lens. Ook probeerde men wegspattende kolen en brandende stroresten beter te beheersen. Echter bleef de vuurmast een risicovol bouwwerk. In 1463 constateerden vissers met schrik dat hun vierpanne plots verdwenen was. Na een kort onderzoek bleek dat buren uit Wenduine de panne hadden gestolen. De zaak eindigde voor de rechtbank in Brugge, waar Wenduine veroordeeld werd om de helft van de kosten van een nieuwe vuurtoren te betalen.
Stro, vuur en permanente brandgevaar
In 1467 verving Blankenberge de houten constructie door een stenen toren. Deze nieuwe vierboete brandde nog steeds op stro, namelijk het goedkoopste beschikbare brandmateriaal. Het resultaat was voorspelbaar: tussen 1484 en 1566 noteerden stadsrekeningen minstens zes grote branden waarbij de vuurtoren zwaar beschadigd raakte of volledig uitbrandde.
Zo moest in 1484 het volledige bovenste deel vernieuwd worden. In 1526 brandde de toren volledig uit en volgde een complete heropbouw. Verder waakte men in 1537 de hele nacht toen de vierboete opnieuw vlam vatte. In 1566 gebeurde zelfs een volledige heropbouw nadat de vuurtoren “by brande bedorfven” was. Ook de vissersstad zelf werd herhaaldelijk geteisterd door grote branden, bijvoorbeeld in 1680 en een verwoestende brand op 5 mei 1719 waarbij 133 woningen in vlammen opgingen.
Napoleons vergeten fort
In 1810 gaf keizer Napoleon opdracht om een versterkte toren in de duinen van Blankenberge te bouwen. Dus kwam dit bouwwerk voort uit militaire overweging, niet uit zorg voor vissers. Het maakte deel uit van Napoleons Continentale Blokkade tegen Engeland. De keizer inspecteerde de werf persoonlijk op 23 september 1811, slechts drie dagen na de start van de werken. Burgemeester Joseph-Louis Mamet fungeerde als gids.
Na Napoleons nederlagen bij Moskou en later Waterloo werd het fort nooit afgewerkt. Echter kreeg de constructie onder het Hollands bewind in 1817 alsnog een functie als vuurtoren. In 1819 installeerde men er een vast licht van vierde orde, zichtbaar tot zes zeemijlen ver. Deze vuurtoren bleef in gebruik tot 1 juli 1872 en werd vervolgens gesloopt om plaats te maken voor een casino.
Achthoekige baksteen en moderne beton
Naar aanleiding van de havenuitbouw tussen 1863 en 1871 verrees naast de havengeul een nieuwe achthoekige vuurtoren van rode Boomse baksteen. Deze toren mat 20,34 meter hoog en telde 121 treden. De muren waren anderhalve meter dik. Het licht reikte tot twaalf zeemijlen ver en werd op 14 juli 1872 officieel ontstoken. In 1895 verving men het vaste licht door een draailicht met intervallen van vijftien seconden.
Deze vuurtoren overleefde de Eerste Wereldoorlog maar niet de Tweede: in 1944 dynamiteerden de Duitsers het gebouw. Negen jaar na de oorlog, in 1950, begon de bouw van de huidige betonnen vuurtoren op vrijwel dezelfde locatie. Sinds 1954 staat dit baken met zijn karakteristieke witte betonnen romp en zwarte top aan het einde van de zeedijk. Tegenwoordig bedient men de lichten volledig geautomatiseerd vanuit Zeebrugge.
Sinds september 1994 is de Blankenbergse vuurtoren opengesteld als Nautisch Centrum met maritiem museum. Bezoekers kunnen onder begeleiding het lichthuis bezoeken en genieten van een magnifiek uitzicht over zee, duinen en polders vanaf dertig meter hoogte. Daarmee is dit de enige vuurtoren aan de Vlaamse kust die toegankelijk is voor het publiek en waar de woelige geschiedenis tastbaar blijft. Meer interessante lokale verhalen vind je in onze rubriek Verhalen van hier.
Bronnen voor dit verhaal: Hey Kenniscentrum Knokke-Heist, geraadpleegd voor historische en heemkundige informatie over de vuurtorens van Blankenberge.





